Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmee de Staten hun handelspolitiek verdedigden, liet de Engelsche Koningin onze vreedzame koopvaarders door haar kapers nemen, op grond dat zij niet kon dulden dat wij een handel dreven met den Spanjaard, wien zij nochtans niet eens openlijk den oorlog had verklaard. De schade, op die wijs door onze kooplieden binnen drie jaren geleden, begrootten de Staten in 1589 op drie millioen ponden Ylaamsch 1). Doch al hun klagen over zoo schreeuwend onrecht baatte niet; zij waren afhankelijk van de Koningin, en hadden geen middel om tegen haar hun recht te doen gelden.

Het was niet slechts om den vijand afbrenk te doen, dat Elisabeth tegen onzen handel met Spanje ijverde; als eene echte Engelsche zag zij met leede oogen den voorspoed der vreemden dien van haar onderdanen te boven gaan. Met spijt moest zij het van Engelschen zelf hooren, dat de twee provinciën van Holland en Zeeland alleen meer schepen en bootsgezellen bezaten dan het geheele koninkrijk van Engeland 2). Die verhouding om te keeren, Engelands zeemacht uit te breiden, ten koste van die van Holland: ziedaar het streven der Engelsche staatkunde, het oogmerk waarmee zij niet alleen de vaart op Spanje, maar onze scheepvaart in 't algemeen, stelselmatig belemmerde.

De vermaarde navigatie-acte van Cromwell was niet zoo nieuw en oorspronkelijk als men gewoonlijk gelooft. Het beginsel, dat daaraan ten grondslag ligt, beperking der vrijheid van den handel en de scheepvaart op Engeland in het belang van Engelands zeemacht , was reeds gehuldigd door Hendrik VII, aan het einde der middeneeuwen, toen in alle rijken van Europa de koningen de eenheid van den staat en zijn krijgsvermogen ten koste der burgervrijheid zochten te vestigen. De wijsgeer, die de geschiedenis van Engeland onder Hendrik's regeering beschreven heeft, Francis Bacof maakt ons op die verandering van stelsel in de handelsaangelegenheden opmerkzaam. „Voorheen (zegt hij) was het doel, dat de regeering zich voorstelde, overvloed van alle waren op de Engelsche markten, voortaan wordt uitbreiding van de scheepsen krijgsmacht des lands haar hoofddoel; voorheen werden vreemde schippers en kooplieden door begunstiging naar de Engelsche havens gelokt, voortaan worden zij door allerlei belemmeringen afgeschrikt,

1) Bor, III, blz. 426.

2) Engelsch discours, bij Bor, III, blz. 36.

12

Sluiten