Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen Prins Willem was omgebracht, en Antwerpen, door Parma benauwd, op het punt stond van hem in handen te vallen en in zijn val gansch Nederland dreigde mee te sleepen, waagde het de Koning, ten einde de opstandelingen geheel te ontmoedigen, onvoorziens beslag te leggen op al hun schepen, zoovele er zich in de havens van Portugal en Spanje bevonden. De slag trof deerlijk: de stad Hoorn alleen verloor meer dan dertig schepen; menig schipper zag het vaderland niet weer en stierf in den Spaanschen kerker of op de Spaansche galeien. Tevergeefs waren alle pogingen der reeders om het beslag opgeheven te krijgen; na jaren lang in spanning gehouden te zijn, hoorden zij ten laatste dat het vonnis onherroepelijk was, dat schip en lading verbeurd bleven. Het getuigt voor den moed en den handelsgeest onzer kooplieden, dat zij zich door de geleden schade, en door het gevaar van die nog meermalen te lijden, toch niet van den handel op Spanje lieten afschrikken. Na een korte poos van stilstand begon de vaart opnieuw, zoodra de Spanjaarden hadden ondervonden, dat zij de Nederlanders niet missen konden en de Koning bereid scheen hen weer oogluikend in zijn havens te dulden. Alleen voeren zij nu veiligheidshalve onder vreemde vlag en onder valsche namen, die echter de Spaansche regeering niet bedrogen zouden hebben, indien zij niet bedrogen had willen zijn. Zij wist onder de valsche papieren de wezenlijke eigenaars wel uit te vinden, toen zij later nog eens, in 1595, de Hollandsche schepen in beslag wilde nemen. Wij zagen reeds, hoe groote verslagenheid toen dat andermaal aanhouden der rijke handelsvloot in Nederland verwekte, en hoe gelukkig, boven verwachting, de zaak nog afliep, daar de voorspraak van Albrecht van Oostenrijk de schepen terug deed geven.

Maar intusschen had dat herhaaldelijk dreigen, dat voortdurend, kwellen zijn natuurlijk gevolg gehad. De Koning had zich zoodoende een kwaad berokkend, waartegen een omzichtiger staatkunst dan de zijne zorgvuldig zou gewaakt hebben. Hij had de stoutmoedige rebellen naar zijn koloniën gewezen. Nu de vaart op Spanje gevaarlijk werd, aarzelden zij niet langer tochten te ondernemen, die wel nog gevaarlijker waren, maar die dan ook bij welslagen onschatbare winsten beloofden.

Het eerst dreef de behoefte der zoutnering de Nederlanders buiten den gewonen koers. Toen de voorraad van Santa Maria en San Lucar voor hen gesloten werd, begonnen ondernemende handelaars naar de Kaapverdische eilanden te varen, ook wel de

Sluiten