Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoute eilanden geheeten, om er het zout vandaan te halen, dat daar op de klippen in overvloed lag en als voor het opscheppen te krijgen was. Het mocht zoo goed niet zijn als het Spaansche, het was daarentegen beterkoop; al werden later de zouthavens van Spanje weer opengesteld, toch bleef de nieuw gevonden overvloed de schippers aantrekken 1). Van de Kaapverdische eilanden leidde de weg als vanzelf naar het goudland van Guinea, naar de Peperkust en Ivoorkust, naar het suikerrijke St. Thomas: Portugeesche bezittingen, maar die de machtelooze Portugeezen niet konden gesloten houden voor het winstbejag der Nederlanders. In 1593 ondernam Barent Erikszen van Medemblik de eerste reis naar Guinea; snel nam de voordeelige vaart toe 2); in weinige jaren waren de oude heeren en meesters door de nieuwe fortuinzoekers overvleugeld; de handelmaatschappij van St. George del Mina mocht neringloos toezien, hoe Hollandsche kooplieden met de inlanders een drukken handel dreven, in het binnenland, langs de rivieren, die zij in hun booten oproeiden, zelfs nieuwe markten vonden en het alleen aan hun onderlinge concurrentie te wijten hadden, dat de prijzen hunner waren daalden, en de winsten, die in het eerst overgroot waren geweest, allengs aanmerkelijk verminderden 8).

Terzelfder tijd waren Hollandsche schepen, in tegenovergestelde richting noordwaarts boven Scandinavië om, het spoor der Engelschen naar den mond der Dwina gevolgd, waar juist thans de grondslagen van Archangel gelegd werden. De Engelsche kooplieden, die er tot 1578 den nog weing beduidenden handel alleen hadden ingehad, vonden van toen af in de Nederlanders steeds lastiger mededingers, van wie zij zich meermalen, maar tevergeefs, met geweld zochten te ontslaan 4). Ook hier waren de

1) Bor, III, blz. 337. Reyd, blz. 295.

2) Brandt, Hist. van Enkb., blz. 195. Vgl. de op blz. 209 aangehaalde Beschrijvinge van P. D. M., blz. 105.

3) Reyd, blz. 350. Van Meteren, B. XXII, f. 445. — Over de vaart op Guinea bestaat een merkwaardig zeldzaam boek: „Beschrijvinge ende Historische verhael vant GoutKoninckrijk van Guinea enz. door P. D. M., Amsterdam by Corn. Claesz. a. 1602." De schrijver (Pieter de Marees), met Reyd overeenstemmende, zegt, dat de Hollandsche handel dien der Portugeezen verre te boven gaat, ,Jae hadden de Neerlanders het Kasteel d'Mina onder haer macht, sij souden daer alsoo groote jae meer authoriteyt int Landt hebben dan der oyt de Portugezen haer leven lanck gehadt hebben", blz. 109. Eerst in 1637 werdt dit zoo begeerlijke fort vermeestert.

4) De berichten over de eerste vestiging der Nederlanders aan de Witte Zee zijn

duister. Zekere Olivier Brunei moet reeds vroeg op Kola gehandeld hebben, en vandaar

uit oostwaarts naar Petschora getogen zijn; wanneer die tochten hebben plaats gehad,

Sluiten