Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker ver bij Linschoten achter, maar hun zelfvertrouwen was onbegrensd, en durven, meer nog dan weten, kwam bij hun onderneming te pas. In Holland teruggekeerd, wisten zij het vertrouwen , dat hen bezielde, aan eenige invloedrijke kooplieden van Amsterdam mee te deelen; er vormde zich een compagnie, die het benoodigde kapitaal, ongeveer drie tonnen gouds, bijeenbracht, en die zich de goedkeuring en zelfs de begunstiging der Staten wist te verwerven. Vreedzame handel, niet vrijbuiterij, zooals de Engelschen, Drake en Cavendish bijvoorbeeld, gepleegd hadden, was het doel dezer compagnie. In de patenten, die Maurits, als Admiraal-Generaal, haar verleende, werd ten stelligste gelast, dat zij zich van alle vijandelijkheden onthouden moest; alleen ter zelfverdediging mocht het geschut gebruikt worden, dat haar de Staten te leen gaven. Spoedig was de uitrusting voltooid. Nog eer de tweede ontdekkingsvloot naar het Noorden onder zeil ging liep Cornelis Houtman als opper-commies met vier schepen ruim bemand en goed toegerust, in zee. De Kaap om, de straat van Mozambique door, de kust langs, stevende hij rechtstreeks, als door den goeden geest van Nederland geleid, naar Java, dat hij het eerst van allen omzeilde, en als eiland leerde kennen !). De Portugeezen hadden hun uiterste factorij te Malakka; van daaruit handelden zij wel op de Sunda-eilanden en de Molukken, maar zij hadden er zich niet gevestigd; zoo was er voor de Hollanders inderdaad geen geschikter landingsplaats te vinden dan juist het punt waar op zij aan stevenden. In de Portugeezen vonden zij naijverige, vijandige mededingers, die hen bij de vorsten van Java benadeelden zooveel zij konden, maar geen gevestigde heeren des lands, die hen konden weren en buitensluiten. Hun eigen onverstand , de onberadenheid van de gezagvoerders en de moedwil van het bootsvolk brachten hen in moeilijkheden, niet de overmacht hunner tegenpartij. De Portugeesche geschiedschrijver van Indië, als hij tot dit tijdstip genaderd is, zegt optreurigentoon: „thans kwam voor het eerst in Indië de geesel van den Portugeeschen trots en hebzucht; in de maand September 1595 werd te Goa vernomen, dat de eerste Hollandsche schepen, die deze zeeën durfden bevaren, te Titancona gezien waren, op weg naar het

1) Ik durf niet beslissen, of Baudartius recht heeft zijnen vriend Plancius de eer te geven, dat „op sijne caerten ende instructiën de eerste schepen naer Oost-Indië sijn ghevaren": B. XIV, blz. 86. Zoo zou het aandeel van Houtman aan de leiding van den tocht al zeer gering worden.

Sluiten