Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indievaarders uit. Het liet zich aanzien, dat het daarbij nog niet blijven zou. De onderlinge concurrentie dreigde in Indië, evenals op de kusten van Guinea, de markt te bederven, en, ten bate der inboorlingen, de winsten der Hollandsche kooplieden al te zeer te verminderen. Toen begreep Oldenbarneveldt, dat in dit buitengewone geval van den gewonen weg moest worden afgeweken. Hoewel overtuigd dat in den regel alle uitsluitende octrooien van scheepvaart en handel voor het algemeen nadeelig zijn, en daarom standvastig geweigerd moeten worden, oordeelde hij dat het toch in dit geval raadzaam was, al die afzonderlijke, elkander tegenwerkende maatschappijen in ééne geoctrooieerde compagnie samen te vatten. Zoo zou men de concurrentie doen ophouden, die alleen de Indianen bevoordeelen kon. Maar jaren verliepen, eer het hem, na uitnemend veel moeite en arbeid, gelukte die vereeniging tot stand te brengen en de groote Oost-Indische Compagne te vestigen, waarvan de destijds in Den Haag gevangen gehouden Admirant van Arragon voorspelde, dat zij Spanje niet minder schaden zou dan voorheen de Unie van Utrecht gedaan had '). Haar oprichting valt buiten ons tijdperk; mijn bestek verbiedt mij haar voortgang te schetsen. Genoeg dat wij hebben opgemerkt, hoe juiste begrippen van staathuishouding Oldenbarnevelt en de Staten ook bij deze gelegenheid belijden en naleven. Men pleegt den vriend van Jan de Witt, Pieter de la Court, om zijn juiste waardeering van den vrijen handel boven gesloten compagnieën te roemen, maar vergeet meestal, dat een halve eeuw vroeger Oldenbarnevelt reeds even stellig de geoctrooieerde maatschappijen had afgekeurd, en vrijheid van handel als stelregel aanbevolen, waarvan hij slechts een enkele maal onder buitengewone omstandigheden, zooals het een staatsman betaamt, is afgeweken. En in zijn tijd was monopolie bij onze naburen nog overal regel, niet in Spanje en Duitschland alleen, maar in Engeland evenzoo. Opmerkelijk is het ookj, en streelend voor ons nationaal eergevoel, den grooten Baco^te hooren verklaren, dat het republikeinsche Holland geen gesloten maatschappijen noodig heeft, doch dat Engeland ze niet missen en den handel aan de vrije onderneming zijner ingezetenen niet

1) Zie de uiterst belangrijke verklaring van Oldenbarnevelt voor rijn rechters: Verhooren, blz. 72 vlg. — Opmerkelijk is het dat deze compagnie, tevens de allereerste actiën-maatschappij is, waarvan de geschiedenis gewaagt: zie Endemann, „Die Entwicklung der Handelsgesellschaften," S. 41.

Sluiten