Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kort op Salomo's gelukkig rijk en op de goudschepen van Ophir volgden, ons niet overkomen."

Het kon niet anders of het volkskarakter moest, bij zulk een verandering van toestand, insgelijks veranderen — ontaarden, vreesden de vrienden van het oude. Die rijk wil worden, valt in vele verzoekingen: en rijk te worden was het streven van den tijd. Geen volk verstond die kunst beter dan de Hollanders. „Wij, (zeggen de bewindhebbers der O. Ind. Compagnie) J) wij, die de beste handelaars en de kloekste zeelieden van de geheele wereld zijn." — „De ervaring leert (merkt Wsselincx op), dat de Nederlanders, waar zij komen, hetzij in Spanje, in Guinea, in Oost-of West-Indië, overal de lieden van den lande overtreffen in arbeidzaamheid ®). „ Om winst zou de Hollandsche koopman door de hel varen, op gevaar af van er zijn zeilen te zengen" s),zoo pochte de koopman zelf. Maar de stille burgers der landprovinciën voegden er bij: „voor geld heeft de Hollandsche koopman alles veil, hij zou zijn God verkoopen, zoo hij hem maar kon leveren " 4). Is het vreemd, dat er waren, die zich over zulk een handelsgeest verontrustten en bedroefden, die den ouden tijd gelukkig prezen, „toen men nog grof watmer droeg, toen men alleen den ploeg en de melkkoe in waarde hield, voordat handel, woeker en zorg de overhand namen" 5). Zulk een man van den ouden stempel was Spieghel, de bekende dichter, een verklaard vijand van de nieuwigheden, die hij zag opkomen, van den weetlust, die de pest der

1) Remonstrantie der Bewindhebbers van de O. I. Corap., bij Van Meteren, B XXIX f. 588. ' '

2) Vertoogen van Wsselincx, bij Van Meteren, f. 593. — De Engelschen zelf erkennen de meerderheid der Hollanders in zaken van handel en nijverheid. In 1610, toen er sprake was van een vereeniging der Engelsche en Nederlandsche Compagnieën, schreef Mr. John More aan Sr. Ralph Winwood: „Sir Noell (Caron) has also made a motion to joyn their East India Trade with ours; but we fear that in case of joyning, if it be upon equall terms, the Art and Industry of their People will wear out ours." WinwoodPapers, III, p. 239.

3) „Pour lui, il veut bien leur déclarer, que si pour gagner dans le commerce il failloit passer par 1'Enfer, il hasarderoit de bruler ses voiles." Verslag van het verhoor van een koopman voor de regeering van Amsterdam, (a. 1638) bij d'Estrades, Négociations I, p. 29. — De uitdrukking is niet oorspronkelijk. Aubery had al voor 1624 van den Prins van Oranje gehoord, dat een koopman, die tijdens het beleg van Ostende den Aartshertog kruit en lood geleverd had, tot zijn verontschuldiging „ne dist autre chose, sinon que, s'il scavoit cinq sols a gagner en enfer, il iroit avec son navire, s'il n'avoit peur d'y brusler ses voiles." — Bijdr. v. h. Histor. Gen. II. blz. 402.

4) Remonstrantie van de burger-hoplieden van Utrecht, 1588, bij Bor, II, blz. 653.

5) Zie het gemoedelijke „Liedeken" van Spieghel, in de uitgaaf van Vlaming, blz. 228.

14

Sluiten