Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de roomschen, tijdens het bewind van Oldenbarnevelt T inderdaad de meerderheid uitmaakten, blijkt uit een aantal geloofwaardige bescheiden. In 1587 verklaren de Hooge Raad en andereStaats-collegiën aan Leicester: «dat het een iegelijk, die eenige wetenschap van deze landen heeft, kennelijk en notoir is, dat het meerendeel de roomsche religie nog van harte is toegedaan" 1). Er wordt hier bepaaldelijk van Holland gesproken: maar dat het in andere provinciën niet gunstiger gesteld was, blijkt uit een brief van Maurits, in 1608 aan Hendrik IY geschreven, waarin hij beweert, dat de bevolking van Gelderland, Friesland, Overijsel r Groningen en Utrecht grootendeels katholiek is 2). Geheel in overeenstemming daarmee is hetgeen Oldenbarnevelt, tien jaren later T den Engelschen gezant Carleton verzekerde, dat de roomschen het rijkste en deftigste deel der natie uitmaakten '). Ook Bentivoglio, de pauselijke nuntius, die de Nederlandsche Kerk onder zijn opzicht had, bevestigt ons die getuigenissen, en verklaart dat tijdens het Bestand van de beschaafde klasse het meerendeel nog aan het oude geloof getrouw was gebleven 4).

Bij den eersten aanblik verbaast ons zeker deze verhouding van roomschen en onroomschen. De roomschen hebben de meerderheid en zijn het rijkst, en toch worden zij van hun godsdienstoefening verstoken, tot staatsbediening onbevoegd verklaard, door de minderheid overheerscht. Maar als wij bedenken, dat vele roomschen hun Kerk wel getrouw waren gebleven maar toch den opstand begunstigden, die van het protestantisme onafscheidelijk scheen B), dan begrijpen wij, hoe de lijdelijkheid van dezen den ijver der

en onroomsch gedurende dit tijdvak gebracht. Men vergelijke daarom met hetgeen hier volgt mijn verhandeling over „de wederopluiking van het katholicisme in Noord-Nederland omstreeks den aanvang der XVIIe eeuw," in de Gids van 1894, blz. 1 vlg.

4) Bor, III, blz. 50.

2) Jeannin, Négociations, p. 434.

3) „That these United Provinces, and this of Holland in particular, had in them many sects and religions; that of these la plus saine (as he said) et plus riche p a r t i e was the papists; that the protestant was not the third of the inhabitants." Carleton 18/28 Feb. 1617/18, p. 98.

4) „La quantita maggiore de Cattolici in quelle parti è in Olanda, e della gente piu civile di quella provincia quasi la piu gran parte ritiene 1'antica fede." Relaz. delle Prov. Ubb. di Fiandra, cap. II.

5) Terecht zegt de onbekende schrijver van het Avis au Comte de Leicester (Archives II* série, I, p. 61): „desquelz (droictz, libertez et privileges) les Hollandois sont si jaloux et chatouilleux, que mesmes les Papistes n'ont fait difficulté de les préférer a leur religion et a la conscience."

Sluiten