Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan, zoo zien wij dat zij van hun meesters verleid worden; want er geen katholieke scholen of schoolmeesters mogen zijn, noch eenige katholieke boeken gedrukt worden." Slechts één uitweg bleef over, en die nog maar alleen voor de gegoeden: zij konden hun kinderen buitenslands naar de scholen der Jesuïeten en naar de katholieke universiteiten zenden. Maar ook dien uitweg sloot thans de voorzichtigheid der Staten hun af, want van de Belgische Jesuïeten had men nog anti-nationaler opleiding dan van de Hollandsche geestelijkheid te vreezen. Bij een plakkaat van 4 April 1596 ') werd bepaald, dat al wie op de Jesuïetenscholen of aan de Belgische universiteiten zijn opvoeding ontving, daardoor voor altijd onbevoegd werd tot eenig ambt, en dat hij buitendien voor elke maand die hij er vertoefde, honderd gulden, te verhalen op zijn bezittingen en op die zijner ouders of voogden, verbeurde. „Hoe zouden wij arme katholieken (zoo jammert een hunner) meer getiranniseerd kunnen worden? "Wat hebben wij naast ons zeiven liever dan onze kinderen, hoe lijden wij als zij ziek of gekwetst zijn, als zij sterven! En wat denkt gij dan, dat wij lijden, als wij hen ziek zien naar de ziel, ongeleerd in godsdienst en godsvrucht, in gevaar van verleiding en afval; als wij vreezen moeten ze voor eeuwig te verliezen? Wij zien dagelijks hoe menige katholiek er sterft, wiens weezen terstond, bij gebrek aan goed onderwijs, van ketters verleid worden; en, ziende op onze eigene kinderen, hebben wij dag en nacht grootelijks te vreezen dat, als wij het hoofd eens neergelegd zullen hebben, onze kinderen of kindskinderen zullen doen gelijk vele andere, afvallen van de katholieke religie, en zich zeiven met hun nakomelingen eeuwiglijk verdoemen. — Is dit vrijheid van godsdienst en conscientie ? " 2)

Ik heb de klachten van dien roomsch-katholiek, die zich in zijn schrijven een man van geestbeschaving en gemoedelijkheid betoont, uitvoerig meegedeeld, omdat wij protestanten ons niet altijd juist voorstellen, hoe smartelijk het gemis der openlijke godsvereering den roomschen vallen moest. De voorstelling van onzen schrijver is niet overdreven. Zoolang de genademiddelen der Kerk aan de

1) Bor, blz. 188.

2) Beclach van een treffelycke persoone, beminder van de welvaart ende ruste des gemeenen vaderlands, over de tyrannie ende gewelt der Generale Staten van de Ver. Nederlanden, claerlijck blijkende by hunne placcaeten, ende namentlijck by 'd leste van den 4 Aprilis 1596. Gesonden wt 's Gravenhage in Hollant aen eenen goeden vriendt tot Antwerpen, 1596. (Meulman, pamflet n° 819).

15

Sluiten