Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het ons dan niet, als hoorden wij het geloovige Nederland der zestiende eeuw God verheerlijken voor zijn wonderlijke verlossing en verhooging?

De geheele vierenveertigste psalm, waaraan ik deze verzen ontleen, en vele andere evenzeer, behoeven de vergelijking met geen latere overzetting te schromen. Zij mogen in vorm, in versbouw tekortschieten, zij vergoeden dit gebrek ten volle door het gevoel , dat erin spreekt. Van al de dichtwerken, die ik uit dezen tijd heb leeren kennen, acht ik de psalmvertaling van Maraix het waardigst om nog gelezen te worden.

Verre boven de poezig van dit tijdvak verdient het proza de voorkeur; en onder de beste proza-schrijvers bekleedt Mamix alweer de eerste plaats. Zijn „Byen-corf der H. Roomscher Kercke" behoort eigenlijk tot een vroeger tijdperk, maar den vorm waarin wij hem tegenwoordig lezen, heeft hij eerst in dezen tijd gekregen ; de laatste bewerking die sedert uitsluitend nagedrukt is, is eerst na den dood des schrijvers in het licht verschenen '). Wie kent het vermaarde boek niet, en bewondert niet, afgezien van den inhoud en de strekking, waarover het oordeel natuurlijk verschillen moet, den juisten, krachtigen stijl, de keurige bewoording en de onnavolgbare geestigheid? Ook van dit boek geldt de oude spreuk: het is het hart dat welsprekend maakt. Uit hoe onwankelbare overtuiging ontspringt de bittere spot, waarmee de roomsche kerkleer en kerkgebruiken ten toon worden gesteld. Men heeft hem zeer te onpas vergeleken bij het schaterend lachen van Rabelais, nog onjuister bij het kinderlijk spelen met het heilige, dat de oudheid en de middeneeuwen zich veroorloofden. Marnix speelt niet met wat hem heilig is, noch maakt zich vroolijk over de dwaasheden der menschen; hij is zelfs in het spotten ernstig en godsdienstig. Hij spot met de afgoderij der roomsche Kerk, als Elias weleer op den Carmel met die der Baaipriesters; zijn gelach gaat over in een vurig gebed, en eindigt in vervloeking van den afgod en zijn dienaars.

Niets heeft Marnix later geschreven, dat met dit zijnmeester-

1) „Alsoo ons nae het droevelycke overlijden des Heere van S. A. ter handt gekomen is sijn Byen-corf, over langhe jaren uytgegheven, den welcken hij met sijn eygen handt deurgaens oversien ende alsoo verrijckt ende verbetert heeft, dat het genoechsaem een nieu werck schijnt te wesen, alomme bijnae overeencomende met den nieuwen Franschen Byencorf, ghenaemt „Tableau etc." int jaer 1590 ter baen ghebracht, soo — enz." Voorrede der latere uitgaven. Het verschil tusschen de vroegere en deie latere bewerking wordt hier wel wat overdreven voorgesteld.

Sluiten