Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om dien bijstand van Elisabeth af te smeken; dringend, dreigend bijna, hield hij er om aan, maar tevergeefs. De naijverige Koningin achtte de gelegenheid gunstig om te krijgen wat zij sinds lang beoogde, en zij wa3 vast besloten die gelegenheid niet ongebruikt voorbij te laten gaan. Zij vroeg tot loon voor de hulp, die Hendrik van haar vergde, dat zelfde Calais, dat zij zou helpen behouden. Hoe stak haar zelfzucht af bij de voorkomende hulpvaardigheid van Maurits en de Staten! Zij miste haar doel buitendien. De Koning, over de kwade trouw van zijn bondgenoot verontwaardigheid, wilde van zulk een schandelijke voorwaarde niet hooren. Zoo hij Calais verliezen moest, verkoos hij het nog liever aan den vijand dan aan zulk een vriend te verliezen !). Hij bleef op onvoorwaardelijken bijstand aandringen. Maar weldra was alle onderhandeling overbodig. Het kasteel moest zich weinige dagen later overgeven, na een wanhopige verdediging, waaraan een zestigtal Nederlanders, het overschot van twee vaandels, reeds voor eenigen tijd uit voorzorg door de Staten er in bezetting gelegd, wakker deelgenomen hadden 2).

Het verlies van Calais was voor Frankrijk gevoelig, en niet minder voor de Staten, die van het eene Duinkerken reeds genoeg te lijden hadden, en nu van Calais nog veel grooter schade moesten vreezen. "Wel gaf zich thans eindelijk La Fère aan den Koning over, maar die winst woog niet op tegen het geleden verlies, te minder daar na Calais ook Ardres, insgelijks onneembaar geacht, den vijand in handen viel. Gelukkig, dat althans door de inneming van La Fère het Fransche leger opnieuw in beweging kwam:zoo de Spanjaard zich in Picardië wilde staande houden, moest hij zich tot een veldslag gereed maken 3). Om dien te vermijden ruimde hij voorzichtig het veld, en trok binnen zijn eigene grenzen terug; liever dan de behaalde voordeelen en zijn overwinnend leger aan een onzekeren veldslag te wagen, zag hij toe, hoe het

avcc la seule contenance, sans combattre, conserver a Ia Franco uiie place si importante non seuieinent a nous, mais aussi a ladite Reine méme." — Lettres du Cardl. d'Ossat, III, p. 26.

1) De geheele onderhandeling heeft Thuanus nauwkeurig beschreven: 1. CXVI, c. 10, waarschijnlijk uit aanteekeningen van Du Vair, die daarin zelf betrokken was. Vgl. ook den brief van Calvart aan de St. Gen. in de Gcdenkst. v. Oldenb. II, Llz. 104.

2) Reyd, blz. 276.

3) Fuentes, die toen te Milaan was, pochte dat de Kardinaal nog een aantal plaatsen aan de noordelijke grenzen van Frankrijk, die alle vervallen en verwaarloosd waren, in weinig tijds zou wegnemen. Lettres d'Ossat, II, p. 102, 106.

Sluiten