Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het uitblijven van deze bracht de Spaansche financiën in verwarring.

Maar thans was de Koningin op iets grootschers bedacht. Het was zeker, dat in de Spaansche haven een nieuwe armade werd uitgerust. Zij wilde deze niet werkeloos afwachten gelijk de vorige; op de kusten, in de havens van Spanje zelf, wilde zij ze opzoeken, en ze vernielen voordat zij nog was uitgeloopen *). Met dit doel werd het geheele jaar door een talrijke vloot aan de Engelsche werven uitgerust; van de Staten der Yereenigde Provinciën, wij zagen het, werd medewerking naar hun vermogen bedongen. In het vroege voorjaar van 1596 lagen op de reede van Plymouth zeventien groote en honderdenvijftig kleinere Engelsche vaartuigen, en achttien Hollandsche oorlogs- en zes transportschepen bijeen. Meer dan 6000 man landingstroepen werden aan boord genomen, daaronder 2200 oude beproefde soldaten, met Fran$ois Vere aan het hoofd, die Elisabeth, niettegenstaande de dringende vertoogen der Staten, uit de Nederlanden opontboden had, en wier gemis, zooals wij zagen, daar deerlijk gevoeld werd. Lodewijk Gunther van Nassau, een broeder van den Frieschen stadhouder, sloot zich bij hen aan met een keurbende van wel duizend adellijke vrijwilligers, waarin de zoon van Don Antonio, Don Christoval, zelf diende. Het opperbevel over de gezamenlijke krijgsmacht voerde Essex, sedert Leicester's dood de bijzondere gunsteling van Elisabeth, die aan de hoofdsche vormen een ontembaren moed en een onverzadelijke eerzucht paarde. De vlootvoogd was Charles Howard, een bedaagd en omzichtig man; hij was gekozen om de onstuimigheid zijner jeugdige tochtgenooten te temperen. In het bevel waren hij en Essex onafhankelijk van elkander, de een even oppermachtig te land als de ander ter zee: een beschikking waarvan de ondoelmatigheid spoedig blijken zou.

Deze vloot was het, waarvan Hendrik IV het ontzet van Calais had gehoopt. Toen Calais gevallen, en verder verwijl doelloos geworden was, ging zij den 13en Juni onder zeil, en kwam twee weken later behouden voor de baai van Cadix, het doel waarop het gemunt was, aan.

De baai, door het vuur der omringende forten aan alle zijden

1) De kloeke Koningin verklaarde aan onzen gezant Caron aldus het doel van haar onderneming: „dat sij niet geern van yemanden gedreycht en was, dat sij daeromme selve hadde moeten gaen sien ende vernemen wat de Spaigniaert op hacr meende te seggen ofte te senden; ende oock wel te meenen dat hij hem een jaer of twee thuys soude moeten houden." Gedenkst. v. Oldenb. II, blz. 123.

Sluiten