Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nationaal vermogen nam toch eer af dan toe. Een Venetiaansch ambassadeur, die in dezen tijd Spanje bezocht, vat den toestand, dien hij als hoogst ongunstig geschetst had, dus te zamen: „kortom, over geheel Spanje heerscht het grootste gebrek aan alle dingen *). Het kon ook niet anders; want," voegt hij er bij, „de Spanjaarden haten den arbeid." Wat konden aan zulk een volk, zonder nijverheid, zonder kunstmatigen landbouw, zelfs de rijkste zilvervloten baten? Het had niets, om voor het zilver terug te zenden. Het moest de waren, die het naar Amerika uitvoerde, bij zijn naburen, bij zijn vijanden, koopen. Bij dezen bleef tenslotte het goud, dat Spanje slechts voorbij trok. Dezelfde Yenetiaan drukt het treffend uit: zooals een land door de zon slechts tijdelijk verlicht wordt, maar weer in de duisternis verzinkt als deze het is voorbijgegaan, zoo beschijnt en verrijkt het goud van Amerika Spanje slechts voor een poos, en laat het weldra, zijn gewonen loop naar Nederland en andere landen vervolgend, in de duisternis der armoede achter" 2). — Sedert lang was de Spaansche schatkist, door de onzekerheid harer inkomsten, ten achteren geraakt; elk jaar verslond bij voorbaat de verwachte opbrengsten van het volgende. Al de geldhandelaars van Europa werden achtervolgens te hulp geroepen, om tegen hooge renten hun kapitalen voor te schieten. Als onderpand werd hun allengs iedere bron van inkomst overgeleverd, de opbrengst der domeinen en der tollen, de lading van nog te wachten zilvervloten, de toegestane beden. En naarmate de schuldenlast ophoopte, ging het leenen bezwaarlijker en tegen hoogere interest. De schatkist verarmde gestadig, de inkomsten vloeiden er doorheen den geldschieters in handen, die rijk werden van de armoede van den staat. Met het onverstand, dat in zake van het geldwezen vorsten en volken zoolang bevangen heeft gehouden, kon de Spaansche regeering niet begrijpen, dat de hooge renten, door de geldschieters bedongen, een noodzakelijk gevolg was van 's Konings gezonken krediet, en van de onzekere kans op terugbetaling der hoofdsom; zij zag

1) Franc. Soranzo, Relaz. p. 59: „Odiano la fatica e per fuggir le azioni laboriose tralasciano anco di lavorar la terra. Peró, si trova in tutta la Spagna grandissimo mancamento ed indicibile carestia di tutte le cose."

2) Relaz. p. 351. „Di maniera che si puó dire, che le flotte facciano con la Spagna come il sole con la terra, che apparendo sopra d'essa la fa risplendere, ma tramontando la rende oscura, perchè giungendo 1'oro in quei regni, ciascheduno si rallegra, ma continuando egli il solito suo corso verso la Fiandra e altre parti, la lascia in breve spazio nelle tenebre della poverta, non inferendo altro utile che quello, che la forza di si potente materiale apporta nel suo veloce passaggio."

Sluiten