Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het secours reeds gekost had aangedrongen, in strijd met de voorwaarden van het verdrag, waarbij eerst na het sluiten van den vrede en het bevredigen der Nederlanden terugbetaling was bedongen. Ëlisabeth gaf voor, dat de Staten een goeden vrede konden sluiten, zoo zij wilden, en dat zij den oorlog slechts voortzetten om een onafhankelijkheid te verwerven, die bij het verdrag van 1585 niet beoogd was. Daarom was thans de tijd gekomen, waarop, niet naar de letter, maar naar den geest van het verdrag, de terugbetaling moest aanvangen. Het pandschap, waarin zij Den Briel en Ylissingen hield, gaf klem aan haar eischen: in beide plaatsen had zij een veel talrijker garnizoen gelegd dan bepaald was, 1950 in plaats van 1150 man 1), niet zoozeer tegen den vijand als tegen de burgers en tegen de Staten, zoo die misschien te eeniger tijd zich bij verrassing in het bezit dezer sleutels van Holland en Zeeland mochten willen stellen. Er was geen twijfel aan, of bij een vrede met Spanje kon zij, voor het overleveren dezer vestingen, volkomen voldoening van haar schuldvordering bekomen. Door die bedreiging had zij de Staten in haar macht; men moest haar ontzien en nederig uitstel verzoeken, niet, zooals recht zou geweest zijn, op grond van het verdrag uitstel vorderen. In het vorige jaar had men haar op die wijs met moeite tevreden gesteld, en, tot loon voor een hulpvloot naar Caclix, uitstel verkregen. Maar thans, bij den aanvang van 1596, was de taal, die zij haar gezant liet voeren, weer zoo dreigend 2), dat er een gezantschap naar haar hof moest worden afgevaardigd met voorstellen van aanvankelijke terugbetaling, die hoogst bezwaarlijk voor 's lands uitgeputte schatkist waren, en toch niet eens voldoende bleken te zijn om baar volkomen tevreden te stellen.

Maar inmiddels waren de algemeene toestand en de verhouding van Engeland tot Frankrijk en Nederland onverwachts veranderd. De voordeelen door Albrecht behaald, de inneming van Hulst, de verovering van Calais vooral, moesten Ëlisabeth weer williger maken om haar oude bondgenooten te ondersteunen. Haar belang gedoogde niet, dat de Spanjaard op nieuw de bovenhand kreeg. Zij kon niet toelaten, dat hij zich zoo nabij haar kust ging nestelen. Was het reeds wenschelijk, dat Calais niet in handen der Franschen bleef, het was van oneindig meer belang te verhoeden,

1) Bor, IV, blz. 244.

2) Zie zijn rede, vertaald bij Bor, IV, blz. 184 (in het oorspronkelijk op het RijksArchief) en vgl. de brieven van Caron, in Gedenkst. v. Oldenb.

Sluiten