Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

DE KRIJGSBEDRIJVEN VAN 1597.

De last des oorlogs werd evenwel aanmerkelijk verlicht door de onmacht van den Kardinaal. De voorspoed zijner wapenen was afhankelijk van den toevoer van geld uit Spanje, en wij zagen dat Philips zijn schatkist had uitgeput en zijn krediet had gedood. De Kardinaal gevoelde smartelijk de gevolgen van 's Konings bankroet; zijn krijgsvolk muitte en verliep 1). Bovendien was hem de verovering van Hulst duur te staan gekomen. De dood had voor die vesting zijn gelederen vreeselijk gedund, en de overgebleven manschap was zoo vermoeid en afgestreden, dat zij noodzakelijk in de kwartieren gelegd moest worden, Terzelfder tijd was zijn ruiterij, die hij ter bescherming van Artois tegen de rooftochten der Fransche benden had afgezonden, door Biron geslagen en uiteen gedreven: de onbeschermde grensstreek werd thans geplunderd en platgebrand, tot vreugde der Hollanders, die den Waalschen gewesten al lang, tot loon voor hun afval, de gruwelen van den oorlog hadden toegewenscht 2). Het was een geluk voor Albrecht, dat ook Koning Hendrik aan volslagen geldgebrek leed; anders zou dezen niets verhinderd hebben om een aantal onbezette grensplaatsen weg te nemen. In het Zuiden rustte dus de krijg tengevolge der wederzijdsche uitputting, maar de gruwelen, die den oorlog vergezellen, plundering en verwoesting, daurden er onafgebroken voort.

De meeste Spaansche troepen lagen aan de Fransche grenzen. In het Noorden was slechts een vrij aanzienlijke macht in het ruime maar niet versterkte dorp Turnhout te zamen getrokken. Ongeveer vierduizend voetknechten en driehonderd ruiters, Italianen, Duitschers en Walen, lagen er bijeen, onder bevel van den graaf van Varax, een Bourgondisch edelman van beproefden krijgsmoed maar van geringe veldheerstalenten. Hij moest Kempenland beveiligen tegen de ruiters der Staten, die er maandelijks de contributie, waarop de streek gesteld was, kwamen ophalen; hij moest verder, als de

1) Zie zijn onderschepten brief aan Philips van 9 Dec. 1596, bij Bor, IV, blz. 299. Vgl. blz. 300 en 317. ,

2) „Artois wirdt jemmerlich vastiert, so das sie nu zugleich bezaten mueszen was inen lang geborgt ist worden." Reyd aan Stöver, Archives, II* série, I, p. 375.

Sluiten