Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude Engelsche soldaten, met Frawjois Vere aan het hoofd. Tevergeefs trachtten zich dezen op grond hunner bijzondere plannen te verontschuldigen; de Koningin wilde van geen verontschuldiging weten, men moest.haar gehoorzamen.

Met de uiterste inspanning konden de Staten ternauwernood voldoen aan al de verplichtingen, die op hen rustten. Vierduizend man onderhielden zij in Frankrijk. Aan Elisabeth moesten zij, gelijk wij zagen, schepen en troepen afstaan. Een leger, zooals zij volgens hun belofte in het veld moesten brengen, kon niet minder dan acht duizend man bedragen. Bij de zeventig vestingen en sterkten, zoo klein als groot, dienden bezet te blijven !). En de toenemende duurte van alle levensbehoeften vorderde dat de soldij, zoo men het krijgsvolk in tucht wilde houden, verhoogd werd» Met veertien percent ongeveer moest zij in dit jaar vermeerderd worden 2). De oorlogskosten in het algemeen waren sedert tien jaren verdubbeld; toen waren 200,000 gulden 's maands voor gewone , en 9,000,000 's jaars voor buitengewone uitgaven toereikend geweest: nu werd voor extra-kosten een som van 500,000 gulden in het jaar, en voor de gewone behoeften 426,000 gulden in de maand uitgetrokken 3). De welvaart, hoe groot ook, was toch nauwelijks in die mate toegenomen; de staatsinkomsten waren zeker niet in evenredigheid vermeerderd. Om de vereischte sommen te vinden moest de reeds zware belasting nog verzwaard worden. In Holland werd de impost van het gemaal, het zout en het bier verdubbeld, de verponding ten platten lande verhoogd. En zelfs daardoor kreeg men niet al wat noodig was: het leger kon niet worden versterkt, hoezeer Maurits er de noodzakelijkheid van betoogde; uit zuinigheid verschoof men van week tot week het openen van den veldtocht, waartoe Hendrik IV door zijn gezant tevergeefs liet aansporen.

Veel nijpender nog dan bij ons deed zich bij den Franschen Koning het geldgebrek gevoelen. Zijn deerlijk verwoest land kon zijn schatkist niet vullen, de meest gewenschte ondernemingen moesten nagelaten worden, omdat gereed geld ontbrak. Zonder de som, die de groothertog van Toscane hem voorschoot, had hij de belegering van La Fère niet kunnen volhouden. Uit armoede had hij in het afgeloopen najaar Arras niet kunnen belegeren, dat

1) Opgaaf van Oldenbarnevelt aan Elisabeth: Verbael der Ambassade naar Engeland, 1598.

2) De maandelijksche soldij werd vroeger om de 48, sedert om de 42 dagen betaald.

3) Zoo in de petitie van den R. v. St. voor 1598, bij Bor, IV, blz. 403.

Sluiten