Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ving Maurits de uitvoering van zijn plan, om gansch Twente en Zutphen te bevrijden, met het beleg van deze vesting, die de sterkste van alle was, aan. Gelukte het hem ze te nemen, dan, berekende hij, was den vijand de pas over den Rijn afgesneden, ■en aan de hooger gelegen plaatsen alle hoop op ontzet benomen; op het voorbeeld der sterkste zouden de minder sterke zich des te eerder aan hem overgeven. De uitkomst rechtvaardigde zijn verwachting. In tien dagen was hij meester van Rijnberk; binnen drie maanden had hij ook Meurs, Groenloo, Breedevoort, Enschede, Ootmarsum, Oldenzaal en Lingen veroverd; al het land benoorden den Rijn, was van vijanden gezuiverd, de tuin der zeven provinciën gesloten. De vijand, uitsluitend met den oorlog in Frankrijk bezig, had zelfs geen poging gewaagd om den voortgang van het Nederlandsche leger te stuiten *).

Onuitsprekelijk was de vreugde over zooveel onverwachten voorspoed. Het platte land van Zutphen en Twente, van Drente en de Ommelanden was in dezen eenen veldtocht voorgoed verlost. Die streken, jaren lang door den krijg vertreden, hadden voortaan slechts den matigen druk der oorlogsbelasting te dragen; vrij van plundering cn brandschatting, konden zij zich bijna in het genot van den vrede wanen. De edelman in zijn slot, de boer in zijn stulp mochten met vrouw en kind weer onbekommerd voortleven, en zich gerust op het platteland vertoonen, zonder gevaar te loopen van opgelicht of mishandeld te worden.

Eerbiedig gaf het volk de eer der overwinning aan den almachtigen God, wiens genadig welbehagen de wapenen der Staten gezegend had. Een vast- en bededag vestigde aller aandacht op den gever van zooveel goeds. Naast hem erkenden volk en regeering de verdiensten van den krijgsheld, dien Hij tot het voorname middel hunner verlossing beschikt had. Met geld en eerbetoon werden zijn heldendaden vergolden. Al zocht hij de gunst der menigte niet, zij kwam hem met haar toejuiching en bewondering te gemoet. In haar achting verwierf hij zich een rang ver boven dien van alle regenten en staatsdienaars, boven Oldenbarnevelt, boven Willem Lodewijk en de overige veldheeren; naast de Staten werd hij de vertegenwoordiger des lands; hij

1) Reyd, blz. 315. — Zelfs Meerbeeck kan niet nalaten Maurits te prijzen: ,,'t is te verwonderen geweest voor een yegelick, hoe dat Mauritius in dat jaer en in luttel tijts gewonnen heeft negen steden en vijf casteelen, die hij alle onder de onderdanicheyt van •de Vereenichde Staten gebracht heeft." blz. 896.

Sluiten