Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en haar nakomelingen de souvereiniteit over de Nederlanden, de gehoorzame zoowel als de afvallige, afstaan. Het was noodzadelijk, voordat hij ze afstond, ze tegen Frankrijk te verzekeren; het was wenschelijk ze vooraf zoo mogelijk te verzoenen en te hereenigen. Zoo dreef alles tot den vrede.

Ook de Paus beval dien aan. Van het oogenblik af dat hij Hendrik IV absolutie geschonken en met de Kerk verzoend had, poogde Clemens hem ook met den Spaanschen Koning te verzoenen. Maar aanvankelijk tevergeefs; hij had niet kunnen beletten dat de oorlog kort daarna openlijk was verklaard geworden. Philips, verontwaardigd over de welwillendheid, door den Heiligen Stoel aan zijn tegenpartij betoond, had destijds zijn tusschenkomst versmaad, en ook Hendrik had zich vooreerst ongenegen betoond om een vrede te sluiten, die schijnen zou hem door het geestelijke gezag te zijn opgedrongen. Thans evenwel, nu de rampen van den oorlog beide vorsten tot inkeer hadden gebracht, bood de Paus opnieuw, onder gunstiger omstandigheden, zijn bemiddeling aan. Het hoofd der Kerk haakte naar vrede tusschen de twee groote mogendheden, opdat Oostenrijk hulp zou krijgen tegen de Turken, en Spanje vrije hand tegen Engeland. De generaal van de orde der Cordeliers, een sluw Italiaan, werd eerst naar Spanje afgevaardigd , om 's Konings toestemming te verwerven, en nadat hij hierin geslaagd was, naar Brussel tot den Kardinaal. Hij kwam daar aan gedurende het beleg van Amiens, terwijl Albrecht zich gereed maakte om tot het ontzet dier plaats op te trekken. Bij dezen vond hij nog gunstiger gehoor dan bij den Koning; natuurlijk, want bij den aanstaanden Heer der Nederlanden moesten de bijzondere belangen zijner landvoogdij zwaarder wegen dan de algemeene van het Spaansche rijk. Yan Brussel ging de generaal naar Frankrijk, en deed van wat hem wedervaren was verslag aan den pauselijken legaat. De legaat, met de Fransche regeering op vervrouwelijken voet, bracht de voorwaarden, waarop Philips onderhandelen wilde, ter kennisse van den Koning. Doch Hendrik verschoof alle onderhandelingen tot op de herovering van Amiens. Eerst toen hij die stad genomen had, was hij bereid ze aan te vangen.

Yan een afzonderlijken vrede wilde hij echter niet hooren *). Hij achtte zich door het aangegane verdrag verplicht om zich eerst met Engeland en de Vereenigde Nederlanden te verstaan, voordat hij met den vijand ging onderhandelen. Wel was hij besloten zich

1) Zie wat hij in Maart 1597 aan Ossot schrijft. Lettres du Card. d'Ossat II, p. 443.

Sluiten