Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekende, dat de godsdienst-oorlogen van Frankrijk voorgoed besloot: een der roemrijkste daden van zijn roemrijke regeering, waarvan de heilzame strekking eerst volkomen erkend werd, toen zijn kleinzoon het, een eeuw later, terug had genomen.

Te zelfder tijd als Oldenbarnevelt naar Frankrijk, was een ander gezantschap naar Elisabeth gezonden, waarvan de admiraal van Holland, de heer van Duvenvoorde, de kloeke tochtgenoot van Essex, die bij de Koningin hoog stond aangeschreven, de hoofdpersoon was. Maar Oldenbarnevelt stond nu eens als de leider der buitenlandsche staatkunde van de Republiek bij de Engelsche regeering bekend, en Cecil verzocht hem daarom, op zijn terugreis uit Frankrijk, als in het voorbijgaan, Engeland aan te doen, en zelf met de regeering der Koningin te beraadslagen Want deze was nog in het onzekere wat te doen, met Spanje vrede te sluiten of in oorlog te blijven. Tot vrede raadden de grijze Burleigh en Buckhorst en andere ministers, en zij hadden buiten den staatsraad een machtige partij, wel twee derden des volks, geloofde men, op hun hand. Essex daarentegen, en met hem een aantal jonge edelen en wakkere krijgslieden wilden den oorlog, die hun roem en buit beloofde, hebben voortgezet.

Veel was er dat voor den vrede pleitte. Wat had tot nog toe de lange oorlog gebaat? De naburen waren er wel bij gevaren, maar Engeland had zijn geld en zijn bloed verspild, zonder zelf iets te winnen. De handel op Spanje was verloopen, bijna te niet gegaan; de Nederlanders hadden zich meester gemaakt van wat de Engelschen verloren hadden. Als Nederland maar in opstand en in oorlog bleef, kon Engeland gerust de wapenen afleggen. Dan zou zijn handel zich vrij ontwikkelen: Spanje, gelukkig dat het de gehate Nederlanders missen kon, zou de Engelsche kooplieden gaarne begunstigen. De grijze Burleigh, in het bijzonder, verlangde met het sluiten des vredes zijn lange loopbaan te eindigen; hij zou, als Simeon, bij het zien van een betere toekomst, mogen uitroepen: nu laat uw dienstknecht gaan in vrede. — Essex, daarentegen, vol zelfvertrouwen en roemzucht, sprak voor den krijg. In de bloemrijke taal, die toen gebruikelijk was, noemde hij den vrede het Trojaansche paard, dat Engeland ging binnen halen, zwanger van grootere gevaren dan de openlijke oorlog. Nu Spanje ondervonden had, dat het tegen de vereenigde macht van Engeland en Nederland niet bestand was, zocht het den een na den ander, eerst de Republiek, daarna, met de krachten der Republiek, Engeland te overwinnen. Reden genoeg om met verdubbelde

Sluiten