Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd ondergeschikt te maken. Meermalen heeft hij zich in dien geest uitgelaten. Den laatsten nacht van zijn leven verzekerde hij aan den predikant Walaeas, die hem bijstond, dat hij den Prins zoo hoog had geacht, dat hij hem de souvereiniteit van het land gaarne gegeven zou hebben, indien zij in zijn handen was geweest, en indien het met orde had kunnen geschieden 1). Dezelfde verklaring heeft hij meermalen voor zijn rechters afgelegd. Zullen wij aan zijn woorden, onder zulke omstandigheden gesproken, geloof weigeren ? Ik zie er geen reden toe. Ook wordt zijn betuiging op verrassende wijze bevestigd door hetgeen ons Uytenbogaert bericht. Tijdens de onderhandeling over het Bestand, zoo verhaalt deze, kwam hem op zekeren dag Frangois Franken, eens de vriend, toen de doodvijand van den advokaat, een bezoek brengen, en klagen over Oldenbarnevelt, die voorheen tegen hem had volgehouden, dat men geen verdrag met den vijand diende aan te gaan, of eerst moest men den staat van het land in meerder verzekering hebben gebracht, en daartoe handelen met Prins Maurits, gelijk in der tijd met zijn vader gedaan was; doch die thans nu hij, Franken, van meening veranderd was, ook van gevoelen veranderd scheen, en van geen verheffing van den Prins meer gewaagde *). Mij dunkt, dit verhaal, ter loops en zonder opzet neergeschreven, verspreidt een helder licht over de toedracht der zaak. Er blijkt uit, dat Oldenbarnevelt althans te eeniger tijd den Prins aan het hoofd van den staat had willen plaatsen. Is het

jegenwoordelyck op sulcken vasten voet nyet is, dat wij mit behoorlycke autoriteyt alle swaricheyden souden bejegenen, laet staen overwinnen kunnen; ... dat de Vereenichde Nederlanden nyet en syn een Republique, maer seven verscheyden Provinciën, hebbende elcx hare verscheydene forme van regeeringe, nyets gemeens hebbende met malcanderen (naedat sy nyet meer een gemeen leger hebben) dan alleen 't gunt by contract totte gemeene defensie gelooft is . . . Daerom als dese noot ende periculen souden cesseeren, ende men soude meenen den vrede wel gemaeckt te hebben, soo soude dese forme van regeeringe door jalousie ende onse slapharticheyt terstont vervallen in de uiterste anarchie ende confusie, welck een van de principaelste poincten is, daermede de vyant meent tot sijnen wille te komen.

Want indien wy nyet eene regeeringe maeoken, mit behoirlycke autoriteyt om de Landen te regeeren, de provinciën ende steeden te houden in haer debvoir van contributie ende ordelycke eenicheyt, de onwilligen ende contraventeurs te constringeren, des viants machinatiën te bejegenen, de Landen van alle injuriën ende periculen datelyck ende tijtelyck oock met wapenen, als noot is, te defenderen, sonder nae rapporten ende consultatiën van de provinciën ende steeden te verwachten — soo moeten wy verloren gaen; want geene Republyque kan bestaen sonder goede ordre in de generale regeeringe." tiedenkst. v. Oldenb. III, blz. 142.

1) Baudartius, XI, blz. 54.

2) Uytenbogaert's Leven, blz. 156.

Sluiten