Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende takken van nijverheid konden van de toenmaals geldende loouen niet langer bestaan, daar de zware accijnsen de levensmiddelen duurder maakten; de loonsverhooging deed de producten in prijs stijgen, waardoor de concurrentie met andere landen bezwaarlijk vol te houden was.

Daarbjj namen die landen maatregelen ter bescherming van hun opkomende njjverheid en ten nadeeïe van de onze, die dus niet op dezelfde hoogte kon blijven ') Om slechts enkele voorbeelden te noemen van onzen achteruitgang: de saaiproductie te Leiden bedroeg in 1714 een derde, in 1730 een tiende van hetgeen ze was tegen het eind der 17e eeuw ; de lakenweverjj in die stad leverde tot in het begin der 18e eeuw jaarlijks ruim 20000 stukken laken, na 1730 slechts 11000; na 1750 6 a3000. In 1794 waren slechts 10 van de 30 fabrieken van Delftsch aardewerk over; in 1763 waren de vroeger zoo talrijke wolweverijen te Amsterdam verdwenen. En zoo ging het met de andere takken van industrie: bijna geen enkele, die niet kwijnde, gedeeltelijk ook ten gevolge van gemis van grondstoffen.

Engeland verbood herhaaldelijk den uitvoer van wol, welk voorbeeld gevolgd werd door andere staten; Frankrijk en eenige Italiaansche rijkjes verboden den uitvoer van ruwe zijde; de Oostenrijksche Nederlanden deden herhaaldeljjk hetzelfde ten opzichte van lompen, waardoor onze papierindustrie snel achteruitging.

Nog was het mogelijk geweest, onze nijverheid te behouden, wanneer onze regeeringsvorm minder slecht, de landsregeering minder kortzichtig, het bestuur der stemhebbende steden minder oppermachtig waren geweest.

Indien de nijverheid verplaatst was naar het platteland, waar de levensmiddelen goedkooper en de huishuren lager waren, had men de concurrentie waarschijnlijk met goed gevolg het hoofd kunnen bieden; maar eeuwen lang hadden de steden het platteland verdrukt, was op dorpen en in vlekken het uitoefenen van verschillende bedrijven verboden.

Zelfs toen het verval der nijverheid iedereen duidelijk was,

') Pringetieim, Beitrage zur wirtschaftlichen Entwicklungsgeschichte der Vereinigten Niederlande, pag. 35.

Sluiten