Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeveer f 250.000 bedragen, dat van het inlandsche 20 a 25 pCt. meer ').

Niet noodzakelijk maar wel hoogst nadeelig was het, dat tal van besluiten genomen werden, den uitvoer van producten der industrie verbiedende.

lieeds in Maart 1795 hadden de Algemeene Staten op raad van het Comité tot de zaken der Marine verboden, schepen en scheepsmaterialen uit te voeren, behoudens toestemming dier Staten in bijzondere gevallen !). De uitvoer van zeildoek werd toegestaan naar Zweden en Denemarken, maar oud jjzer naar Hamburg, Einden en andere plaatsen te zenden, vanwaar het vermoedelijk naar Engeland zou gevoerd worden, was niet geoorloofd.

Intusschen werd slecht de hand gehouden aan al die besluiten. Vele burgers mochten aandringen op bevordering der binnenlaudsche nijverheid door verbod van Engelsche waren, de representant Van lloyen moest er bij het indienen van een dergelijk voorstel op wijzen, dat in enkele weken 30 tot 40 schepen in een der havens van Holland waren binnengeloopen en toen door de beide Kamers der Volksvertegenwoordiging vastgesteld werd, „dat na 31 October 1798 geen Britsche manufacturen, koopwaren en voortbrengselen, hoe ook genoemd, in de Bataafsche Republiek , hetzij te land , hetzij te water, hetzij rechtstreeks uit Groot-Brittanje, hetzij door een omweg zouden mogen worden ingevoerd, op straffe dat dezelve ten behoeve van den lande zouden worden verbeurd verklaard, en dat zij die deel hadden aan het rechtstreekseh of zijdelingsch invoeren der Engelsche goederen, voor vijanden des vaderlands zouden gehouden en als zoodanig gestraft worden," toen was ook dit besluit slechts bestemd, om veelvuldig te worden overtreden.

Hoewel artikel 53 der Staatregeling van 1798 bepaalde, dat alle gilden, corporatiën of broederschappen van neringen, ambachten of fabrieken vervallen verklaard werden, was er toch geen werk genoeg, zoodat vele handwerkslieden zich naar den vreemde begaven, waar zij met open armen ontvangen

') Wagenaar, deel XLII, pag. 59 en 60. 5) Wagenaar, deel XXXIII, pag. 130.

Sluiten