Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit Britsche havens komende, of zijdelings daar geladen hebbende , binnen deze landen of in derzelver havens zouden worden toegelaten, op verbeurte van de ingeladene goederen, ten behoeve der Bataafsche natie; alsmede de plakkaten tegen den uitvoer van oorlogsamunitie, wapenen, buskruit, standpenningen , gouden en zilveren muntmateriaal, geld, geldspeciën, oud-ijzer, spek, en de proclamatie , het accepteeren van eenigen wissel, uit Groot-Brittanje getrokken, verbiedende."1).

Uit alle havens stroomden vloten van gereedliggende schepen , om de opgestapelde producten van Java te halen; de vaart op West-Indië werd weer geopend; de overvloed der korenschuren aan de Oostzee in de lang gesloten pakhuizen overgestort; houtnegotie, visscherijen, bijkans elke tak van handel bloeide weer: in het jaar 1803 liepen 3548 schepen te Amsterdam, 1786 de Maas binnen.

In oorlogsschepen, daarvoor ingericht, zond men allerlei goederen naar de koloniën, die aan alles gebrek leden, terwijl Indische producten als retourlading ingenomen werden.

Was er dus voor het oogenblik weer leven in handel en scheepvaart, ook voor de belangen der nijverheid zou de regeering zorg dragen.

In het reglement op den doorvoer van goederen door deze landen, in Februari 1802 uitgevaardigd, werd iedere invoer en verkoop van buitenslands gefabriceerde wollen manufacturen verboden.

Na verloop van twaalf maanden mochten geen kooplieden of winkeliers de bedoelde goederen verkoopen of in hun huizen, pakhuizen of winkels hebben ■).

De lang gekwijnd hebbende fabriekssteden ontvingen dit reglement met gejuich, terwijl op de vertoogen van handelshuizen te Amsterdam en Rotterdam door het Staatsbewind niet gelet werd.

Even nadeelig inoest het verbod werken van geldnegotiatien ten behoeve van vreemden, die geen vaste goederen hier te lande bezaten, tenzij met verlof van het Staatsbewind of het

') Wagenaar, XLIV, pag. 177. 3) Wagenaar, XLV, pag. 91.

Sluiten