Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheven bij de fabricage, bij den invoer, bij de aflevering, bij het gebruik of op zoodanige andere wijze en tot zulk een hoogte, als nader bij bijzondere wetten zou worden bepaald (Art. 1.).

Tegelijkerheid verschenen de bjjzondere wetten, op dezelfde leest geschoeid en van hetzelfde beginsel uitgaande; hooge rechten of verbod van invoer van buitenlandsche producten, die ook bij ons te lande vervaardigd werden; lage rechten, ja, zelfs pretniën op den uitvoer van binnenlandsche fabrikaten; daarentegen weder verbod om de grondstoffen van onze nijverheid uit te voeren.

Een aantal hoogst belemmerende formaliteiten en een afsluiting van het grondgebied van den staat door invoering van één of twee liniën aan de zee- en de landzijde en langs de rivieren, waarbjj een strook lands van 700 Rjjnlandsche roeden (2637.6 M., dus bijna een half uur gaans) aan den zeekant en ongeveer een uur gaans aan de landzijde als onvrjj territoir werden beschouwd, waren de gevolgen van deze wetgeving. Verder ook een uitgebreide, goed georganiseerde sluikhandel, met al de demoralisatie, daarmee noodwendig gepaard gaande.

Te vergeefs voorspelden G. K. van Hogendorp en van Alphen achteruitgang van den handel, voortdurend toenemende klachten, zoo van de beschermde als van de onbeschermde nijverheid, een deficit in de schatkist, tengevolge van de meest onbeschaamde smokkelarij ').

In 1819 werd de proefneming van 1816 bekrachtigd, maar nu steeg ook de ontevredenheid in verscheidene handelssteden zoo hoog, (in Rotterdam werd zelfs de directeur-generaal Appelius, de bewerker van het stelsel, die zich gedurende de kermis in die stad bevond, aangerand, zoodat zijn leven gevaar liep) dat de regeering begreep, niet langer de belangen van het Zuiden aan die van het Noorden te mogen opofferen. Een nieuw 'stelsel, veel minder bezwarend voor den handel, werd voorgedragen. Intusschen verklaarde de Koning, dat dit niet zoo zeer het gevolg was van het erkende nadeel van het tot nog toe gevolgde systeem, als wel van de onvoldoende

') Mr. J. G. Sillem, Het leven van (logel, pag. 261.

Sluiten