Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is hier de plaats niet, om verder over het cultuurstelsel en zijn gevolgen voor den Javaan uitteweiden: voor het grootste deel van het heerlijke eiland is het stelsel een ramp geweest, vooral in de jaren van 1830 tot 1850.

Voor Nederland was het weldadig: ieder jaar werden er millioenen in de schatkist gestort; in 1839 zelfs 53. Toen de gouverneur-generaal Baud, de opvolger van van den Bosch, aan dezen, toen minister van koloniën, verklaarde, dat het de uiterste moeite zou kosten, om de gevraagde 10 millioen te zenden, was het antwoord: „Zend 18 millioen".

Zoo kon Nederland van de meer dan 700 millioen, die het geacht wordt den Javaan ontnomen te hebben, een net van spoorwegen over het gansche land uitbreiden en tegelijk zijn schuld verminderen. De man, die dat voordeel aan het land verschaft heeft, trad den 31en December 1839 als minister af. Hij werd door den Koning tot minister van staat benoemd, terwijl hem ook door Z. M. een plaats aangewezen werd onder den adel des lands, in de oogen van allen, die overtuigd zijn, dat het doel de middelen heiligt, een billijke belooning voor de vele diensten, den lande bewezen.

Was het cultuurstelsel een weldaad voor Nederland, wanneer men alleen let op hetgeen er door verkregen werd, en niet op de wijze, waarop het verkregen werd, niet minder gunstig werkte het voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

De concurrentie der Engelschen, die door velerlei omstandigheden voordeelen genoten, welke onze kooplieden misten, en de onoverkomelijke hinderpalen, welke het Londensch tractaat van 1824 opwierp tegen een bescherming van onze inen uitvoeren, op zulk een wijze, dat aan onzen handel het overwicht verzekerd weid, deden het van den Bosch niet wenschelijk achten, de producten van het cultuurstelsel op Java ter markt te brengen. Met de N. H. M. werd dus een overeenkomst gesloten, waarbij bepaald werd, dat zij de Indische producten met Nederlandsche schepen zou vervoeren naar het Moederland, ze aldaar zou verkoopen en aan Java de noodige gelden, voor den dienst aldaar vereischt, (jaarlijks gemiddeld ƒ15 millioen) zou voorschieten. Die gelden zouden worden gestort bij de ontvangst der producten, voor zoover die

Sluiten