Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterd waren door een staatkunde, even nadeelig in haar uitkomsten voor Engeland zelf als voor ons, werden eindelijk losgemaakt en nauwelijks had ook onze Regeering het voorbeeld van Groot Brittanje gevolgd, of een nieuw leven ontwaakte in ons Vaderland" ').

Reeds in 1845 had Van Hall een wet tot stand gebracht^ waarbjj verschillende verbodsbepalingen door in- en uitgaande rechten werden vervangen, waarbij vrijstelling van vele inkomende rechten werd verleend, wanneer de daaraan onderhevige goederen met Nederlandsche of daarmee gelijk gestelde schepen werden ingevoerd; waarbij de rechten op den uitvoer, verminderd werden, evenals die op den doorvoer, en de koloniale waren vrijstelling erlangden zoowel van inkomende als van uitgaande rechten.

Intusschen was deze maatregel van van Hall slechts een zeer bescheiden stap op den goeden weg: van de ongeveer 400 artikelen toch waren slechts 34 vrij, betaalden 36 minder dan 1 ü/0, 68 tot 2, 46, 2 a 3, vele 6 a 7, 60 artikelen 10 a 75°/0, ruw zout, met vreemde schepen aangevoerd, 150, geraffineerd, 300u/0. De meeste leden der Staten-Generaal hadden hun stem uitgebracht ten gunste dier wet, omdat die eenige verbetering aanbracht, maar niet, omdat ze voldaan waren dooide wijziging.

In 1847 was het schaalrecht van 1835, dat onzen graanhandel grootendeels verdreven had naar Hamburg, afgeschaft en vervangen door een vast inkomend recht van f 8.50 per last voor tarwe, voor andere granen naar evenredigheid, terwijl bepaald was, dat in de zitting van 1850/51 dat bedrag aan een herziening zou worden onderworpen.

Ook door de handelstractaten met verschillende mogendheden gesloten, waarin men elkander allerlei voordeelen verzekerde, was een bres geschoten in het oude stelsel.

Toch waren de concessies aan de nieuwe denkbeelden niet van dien aard, dat Engeland ons zou verschoonen van retorsiemaatregelen, wanneer we niet verder gingen op den ingeslagen weg.

') P. N. Muller, De Zondache Tol, Gids 1855, I pag. 445.

Sluiten