Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meelfabrieken te Groningen en, voor de eigenaars, van de branderijen en distilleerderijen te Schiedam.

Van 1854 tot 1864 steeg het aantal branderijen aldaar aanzienlijk. In die dagen bloeiden ook de garancinefabrieken: de uitvoer van garancine steeg van ƒ6000 in 1850 tot f 2.540.000 in 1860 en ƒ3.655.672 in 1870.

Hoogst belangrijk was ook de uitbreiding, die onze suikerindustrie, vooral te Rotterdam en Amsterdam, erlangde.

Door de z.g overponden wou de raffinadeur schatten, terwijl de schatkist slechts een gering bedrag ontving, niettegenstaande den zwaren accijns, dien de Nederlanders betaalden.

Daar de raffinadeurs bij voorkeur prima kwaliteit suiker kochten, omdat zij er dezelfde belasting voor betaalden, als voor de mindere soorten, maar meer overponden maakten, die zjj zonder belasting in den handel konden brengen, legden de Javasche suikerfabrikanten er zich vooral op toe, droge, witte suiker te fabriceeren, wat althans één gunstig gevolg was van dien accijns.

De Nederlandsche Handelmaatschappij').

Den len Jan. 1850 trad de N. H. M. haar tweede vijf en twintigjarig tijdvak in. Tot de voortzetting der vennootschap was besloten, nadat van de Regeering de verzekering ontvangen was, dat zij haar betrekking tot en overeenkomsten met de Maatschappjj wilde vernieuwen.

Er werd bepaald, dat ingeval de Staat bleef consigneeren, al de koffie, suiker, indigo en specerijen door de N. H. M. naar Nederland vervoerd zou worden en door haar tusschenkoni8t verkocht.

In 1853 kwam men bij een gedeeltelijk nieuwe regeling overeen, dat de Staat 150.000 pikols suikeren 200.000 pikols koffie in Indië mocht ter markt brengen. De Maatschappij zou na 1854 2°/0 genieten voor het te gelde maken der producten , het delcredere daaronder begrepen; voor de bestelling en verzending van goederen l°/0.

Naast den commissiehandel voor het Gouvernement heeft

') Mr. H. W. Tijdeman, De Ned. Handelmaatschappij.

Sluiten