Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brazilië, als no. 12 met ƒ21.3 mill.

Spanje v B 8 „ v 37.7 „ 14 ƒ3.— mill.

Zooals blijkt uit een vergelijking tusschen den in- en uitvoer van 1871 en 1898 is Pruisen het land geworden, waarmee we den meesten handel drjjven.

In het eerstgenoemde jaar voerde Engeland meer bij ons in dan Pruisen, thans neemt dit laatste land, zoowel wat den in- als wat den uitvoer betreft, den eersten rang in.

Eén artikel maakt voor ons geen artikel van uitvoer meer uit, naar onzen oostelijken nabuur, n.1 de suiker.

Door de enorme productie van beetwortelsuiker in Duitschland, waardoor het land zelf uitvoert, hebben we ons débouché van koloniale suiker daar verloren, tegelijk met de rietsuikermarkt hier. Thans gaat de Oost-Indische suiker naar Engeland, de landen aan de Middellandsche Zee, Amerika of China, maar slechts in uiterst kleine hoeveelheden (in 1896 van de bijna 10 millioen pikols slechts 14444) naar ons land, ook omdat men ze in de raffinaderijen liever niet heeft.

Onze uitvoer van versche zeevisch naar Duitschland is in de laatste jaren belangrijk toegenomen en bedraagt thans meer dan een millioen gulden.

Engeland.

Naar Engeland zonden we in 1898 ruim 115 millioen K.G. geraffineerde suiker en verder vooral voedingsmiddelen kaas margarine, in 1898 ± 43 millioen K.G. en natuurboter± 12 millioen K.G. Een groot aantal weekbooten uit Rotterdam en Amsterdam, Delfzijl en Harlingen onderhouden een geregelde gemeenschap, terwijl de maatschappij Zeeland dagelijks niet alleen passagiers, maar ook goederen vervoert.

Uit Engeland ontvangen we in de eerste plaats steenkolen, verder huiden, garens, enz.

Oost-Indië.

Neerlands handel met zijn Oost-Indische bezittingen is belangrijk toegenomen.

Sedert de invoering van het Regeeringsreglement van 1854 werd er meer gelet op de belangen der Indische bevolking, zoodat

Sluiten