Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zjj werken meestal in consignatiecontract met de ondernemingen en maken, zoo noodig, gebruik van het oogstverband. De invoering hiervan staat in verband met de bekende crisis van 1884, tengevolge van welke de cultuurbanken nieuwe middelen van zekerheid en de ondernemingen nieuwe middelen van crediet trachtten te vinden" ').

Terwijl men in Nederland onroerende goederen, te veld staande gewassen en dergelijke niet in pand kan geven, is voor Nederlandsch-Indië in 1886 vastgesteld, „dat men op de te velde staande, onafgeplukte of reeds geoogste landbouwproducten en op de ter bereiding daarvan bestemde ondernemingen en inrichtingen een zakeljjk recht, oogstverband, kan vestigen, tot zekerheid van de nakoming eener verbintenis, oin die producten aan een geldschieter afteleveren ten verkoop in commissie, ten einde op de opbrengst te verhalen de voorgeschoten gelden, interesten, kosten en provisie !).

Door al deze ondernemingen is de interest gestegen. Eenige jaren geleden, in den tijd van grooten geldovervloed, vóór de ondernemingsgeest op industrieel gebied hier te lande en in de koloniën zich weer begon te ontwikkelen, werden de 3 pCt's leeningen, die zoovele gemeenten uitschreven, grif genomen; thans is tegen dien interest geen geld meer te krijgen.

Dat de effectenhandel een beteekenis gekregen heeft, waarvan men zicli een eeuw geleden geen denkbeeld had kunnen vormen, blijkt uit een vergeljjking van een prjjscourant uit onze tegenwoordige groote bladen met de onderstaande, overgenomen uit „de Opregte Ilaarlemsche Courant" van 10 Mei 1815, van 5 Mei 1830 en van 14 Mei 1845.

') Dr. J. II. H. Hülsmann, pag. 297.

!) Mr. W. Reilingh, de cultures van Oost-Indië, aangehaald door J. H. II. Hülsmann pag. 297.

Prjjscourant der effecten van 16 Mei 1815.

pCt. Int. . . Amst. 13 Mei. Pr.

2'/„ Holland Werkelijke Schuld 36'/, & '/«

Uitgest. dito 3'/, „ '/4

Restanten . . . , l*/4 B 7/g

Sluiten