Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No" 14 Afschrift.

Aan Zijne Excellentie den Heere Minister van Koloniën,

treeft met verschuldigden eerbied te kennen Eduard Douwes Dekker, ambtenaar uit Oost-Indië, met verlof hier te lande;

Dat hij zoowel om huiselijke omstandigheden als ter beëindiging van belangrijke geldelijke aangelegenheden gaarne voor zijn terugkeer naar Indië eene reis naar België en Duitschland wenschte te

ondernemen, teneinde daarna per overlandweg naar Indië te retour-' neeren;

Redenen waarom hij Uwe Excellentie eerbiedig is verzoekende hem het daarvoor noodige verlof voor den tijd van ééne maand wel te willen toestaan.

xietwelk doende,

, r , (w. g) Douwes Dekker.

s-Gravenhage, 18 November 1854.

^°' Afschrift.

Ministerie van Koloniën.

s-Gravenhage, den 20 November 1854.

Lett. A. No. 15.

De Minister van Koloniën, Gelezen hebbende een rekest van den Oost-Indischen ambtenaar E. Douwes Dekker, laatstelijk adsistent-resident, tevens magistraat, te Amboma, thans nog met verlof hier te lande, in dato 's-Gravenhage, den 18 November 1854, houdende verzoek om hem, vóór zijnen terugkeer naar Nederlandsch Indië, alsnog tot bevordering van zijne partikuhere belangen, te verleenen een buitenlandsch verlof, voor den tijd van éene maand, tot het doen eener reis naar België en Duitschland; zullende hij, zich na afloop dier reis, langs den zoogenaamden overlandweg naar Batavia vertrekken.

Gelet op enz.

Heeft goedgevonden:

aan den rekestrant, bij extrakt dezer, te kennen te geven: dat het

Sluiten