Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sitie waarin hij door eenen samenloop van omstandigheden, en buiten zijne schuld gekomen is;

Dat hij daarom de vrijheid neemt met den meesten eerbied, doch tevens met al den aandrang der wanhoop Uwe Excellentie te verzoeken alsnog wel te willen terug te komen op de afwijzende beschikkingen van 24 Maart en 4 April jl. Lx. A No. 11 en 14 en hem alsnog te willen doen verleenen het bij zijne rekesten van 21 en 25 Maart gevraagde voorschot.

(w. g.) Douwes Dekker.

's-Gravenhage 11 April 1855.

No- 24- Afschrift.

's-Gravenhage den 13 April 1855.

Lr. A. No. 309.

Aan den Heer E. Douwes Dekker,

Oost-Indisch ambtenaar, 's-Gravenhage.

Ik heb de eer UWEd. kennis te geven, dat Z.E. de Minister naar aanleiding van Uw adres dd. 12 dezer 1) genegen is, aan U te doen uitbetalen, een extra voorschot ten beloope van vier maanden van uw verlofstraktement, onder behoorlijke borgstelling. Ik noodig UWEd. derhalve mij eene acte van borgstelling, behoorlijk geregistreerd, te .doen geworden, als wanneer op de uitbetaling van het gemeld voorschot orde zal worden gesteld.

De Wd Secretaris-Generaal bij het Departement van Koloniën.

(w. g.) onleesbaar.

No. 25. Afschrift.

Aan Zijne Excellentie den Minister van Koloniën.

Geeft met den meesten eerbied te kennen E. Douwes Dekker, Indisch ambtenaar, thans met verlof in Nederland,

dat hij, blijkens zijn laatst aan Uwe Excellentie gerigt schrijven,

l) Doit être 11.

Sluiten