Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het volk. Geprezen zij de Gezalfde!

De priesters (vertoornd). Zwijgt nietswaardigen!

De phariseërs. Gij zult allen met hem ten gronde gaan.

Het volk. Gezegend zij het rijk van David, dat weder verschijnt.

Nathanael. Allen, die het nog met onze vaderen Abraham, Isaak, Jacob houden, die blijven bij ons. Over alle anderen dale de vloek van Mozes neêr.

Reu rabbi. De Nazarener is een bedrieger, een vijand van Mozes. Een vijand van onze heilige wet!

Het volk. Waarom hebt gij Hem niet gevat? Is hij geen profeet? (Een gedeelte van het volk volgt Jezus en gaat dieper den tempel in.)

Een priester. Hij is een valsche leeraar.

Nathanael. O, gij verblind volk. Gij wilt een valsch profeet aanhangen, terwijl gij Mozes, de profeten en uwe priesters gaat afvallen. Zijt gij niet bevreesd voor den vloek, die afvalligen zal treffen? Wilt ge ophouden het uitverkoren volk te zijn?

Het volk. Dat willen wij niet.

Nathanael. Wie hebben over de zuiverheid van de leer te waken? Is dat niet het heilige Sanhedrin van het volk Israël? Naar wien wilt ge luisteren, naar ons of naar dien Nazarener, die zich als verkondiger van een nieuwe leer heeft opgeworpen ?

Het volk. Wij hooren naar U, wij volgen U!

Nathanael. Welaan dan, dat dan die man vol bedrog en dwaling ten gronde ga.

Het volk. Ja wij blijven U ter zijde staan, wij zijn volgelingen van Mozes.

Sadok. De God onzer vaderen zal U daarvoor zegenen.

Op dit oogenblik hoort men in de smalle straat, die naar het huis

van Annas leidt een luid en boosaardig geschreeuw. De priesters

en phariseën luisteren gretig. Toen deze de woorden: »Wraak,

wraak,« opvangen, keerden zij zich naar de straat vanwaar het

Sluiten