Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreeuw kwam. Op dat oogenblik komt Dathan, een koopman in rood met wit gestreept kleed, den tulband op het hoofd, als aanvoerder van de kooplieden, die uit den tempel verdreven waren. Met de handen ten hemel schreeuwen allen om wraak.

Dathan. De beleediging moet gestraft worden. Wraak, wraak! Hij zal zijne onbeschaamdheid boeten. Goud, olie, zout, duiven, alles ging verloren, alles zal hij vergoeden. Waar is hij, dat hij onze wraak kan ondervinden.

De priesters. Hij heeft zich verwijderd.

De handelaars. Dan gaan wij hem opzoeken.

Nathanael. Blijft vrienden. De aanhang van dien man is nog te groot, er kon een gevaarlijk straatgevecht ontstaan, waaraan de Romeinen met het zwaard een einde zouden maken. Vertrouwt op ons. Hij zal zijn straf niet ontgaan. De priesters. Met ons, voor ons, dat zal uw heil zijn. Allen. Onze overwinning is nabij.

Nathanael. Wij gaan naar den Hoogen Raad, om mede

te deelen, wat heden gebeurd is.

De handelaars. Wij gaan met u, wij eischen voldoening. Nathanael. Komt gijlieden over een uur in den voorhof van den Hoogen priester. Ik zal zelf in den Raad uwe bezwaren voordragen en uwe zaken bepleiten.

De priesters vertrekken, ook de kooplieden en het volk verwijderen zich onder het geroep van: ,Wij hebben Mozes! Weg met ieder ander. Voor de leer van Mozes gaan wij den dood in. Geloofd en geprezen zij onze vaderen. Geloofd zij de God onzer Vaderen!.

Sluiten