Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Simeon. Mijn leeraar zijt gegroet. O, welke vreugde dat Gij bij mij komt. Waarde vrienden, zijt gij ook allen welkom.

Christus. Simeon, het is voor de laatste maal, dat ik met mijne leerlingen bij u gastvrijheid kom vragen.

Simeon. Spreek niet zoo Heer! Nog dikwijls zal Bethanië U een korte rustplaats zijn.

Jezus. En daar is onze vriend Lazarus!

Lazarus. Mijn Heer, Overwinnaar van den dood. Ik zie U dan weder en hoor weer die stem, die mij uit het graf riep. (Lazarus verbergt zijn aangezicht tegen de borst des Hccren.)

Magdaleua. Heere!

Martha. Heere zijt gegroet van mij.

Jezus. Gods zegen dale over u allen neder.

Martha. Heere, mag ik U bedienen.

Magdalena. Heer, zoudt Gij een teeken mijner liefde niet versmaden?

Jezus. Doet, goede lieden, wat gij voornemens zijt te doen.

Simeon. Komt in mijne woning en verkwikt U en Uwe leerlingen.

(Het volgende tooneel is de eetzaal in het huis van Simeon.)

Jezus. Vrede over dit huis.

De leerlingen. En vrede over allen, die hier inwonen.

Simeon. Heer, alles is gereed, zet U aan tafel en zeg dat ook Uwe leerlingen zitten gaan.

Jezus. Laat ons dan, geliefde leerlingen, met dankbaarheid de gaven genieten, die de Hemelsche Vader ons door Simeon, zijn dienaar, laat aanbieden. Ach Jeruzalem! Mocht mijn komst u zoo lief zijn, als die hier aan mijn' vrienden is. Maar gij zijt door blindheid geslagen.

Sluiten