Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus. Blijft geliefden. Nogmaals leeft wel. Geliefd stil Bethanië, ik zal niet meer in uwe rustige dreven verwijlen.

Simeon. Wilt Gij dan werkelijk van ons afscheid nemen ?

Magdalena. Ach ik voorzie schrikkelijke dagen.

Jezus. Sta op Magdalena. De nacht breekt aan. De winterstormen steken op. Maar zijt getroost. In den vroegen morgen zult gij mij in den hof wederzien.

Martha. Ach Gij vertrekt en komt nooit meer terug.

Jezus. Mijn Vader wil het, geliefden. Waar ik zal zijn, zal ik aan u denken en waar gij zult zijn, zal mijn zegen u volgen. Leeft wel!

Op het oogenblik dat Hij gaan wil, komt Zijne moeder Maria

met hare gezellinnen.

Maria. Jezus, liefste Zoon, met verlangen snelde ik U met mijne vriendinnen na, om U nogmaals te zien, voor Ge heengaat.

Jezus. Moeder, ik ben op weg naar Jeruzalem.

Maria. Naar Jeruzalem. Daar is de tempel van Jehova, waar ik U eens op mijn armen droeg, om U aan God op te offeren.

Jezus. Moeder, nu is de tijd gekomen, dat ik mij volgens den wil mijns Vaders ga opofferen. Ik ben bereid het offer te volbrengen, dat mijn Vader van mij vraagt.

Maria. Ach, ik voorzie, welk offer dit zijn zal.

Magdalena. O! hoezeer zouden wij den Meester hier willen houden.

Simeon. Het is vruchteloos, zijn besluit is genomen.

Jezus. Mijn uur is gekomen!

De leerlingen. Bid toch Uw Vader, dan zal Hij het voorbij laten gaan.

De vrouwen. Uw Vader zal U, zooals altijd, verhooren.

Sluiten