Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Judas (alleen). Wat zou ik nog bij Hem blijven? Daar heb ik geen lust in. Dat voornemen van den Meester is mij niet duidelijk. Zijne groote daden lieten hopen, dat Hij het rijk Israëls zou hebben hersteld. Maar Hij grijpt de gelegenheden niet aan, die zich daartoe aanbieden en nu spreekt Hij van scheiden en sterven, en vertroost ons met geheimzinnige woorden over eene donkere toekomst. Ik ben het gelooven en hopen moede. Niets is bij Hem te verwachten dan voortdurende armoede en nederigheid en in plaats van de gehoopte deelname in Zijn Koninkrijk, wachten mij vervolging en de gevangenis. Ik trek mij terug. Gelukkig ben ik voorzichtig geweest en heb van tijd tot tijd eene kleinigheid uit den geldbuidel achtergehouden. Had die vrouw de waarde van dien balsem in dezen buidel gelegd, dan zouden nu die driehonderd denariën in mijne handen zijn. Dan was ik voor lang geholpen. Ik moet echter een middel zoeken.

(Op (lat oogenblik nadert hem de koopman Dathan.)

Dathan (terzijde). Daar is Judas. De kans is gunstig. Hij schijnt verward. Ik moet trachten hem over te halen. Vriend Judas!

Judas. Wie roept mij ?

Dathan. Een vriend. Is u iets droevigs overkomen? Gij ziet er zoo neerslachtig uit!

Judas. Wie zijt gij?

Dathan. Uw vriend, uw broeder.

Judas- Gij mijn vriend! Mijn broeder!

Dathan. Ik wil althans trachten het te worden. Hoe gaat het met uwen Meester? Ik wil ook onder zijne leerlingen komen.

Judas. Onder zijne leerlingen?

Sluiten