Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Petrus. Onze Leeraar laat u vragen, waar de zaal is, waarin Hij met zijne leerlingen het Paaschlam eten kan, want Zijn tijd nadert. Bij u wil Hij met de zijnen Paschen houden.

De meester (eigenaar van het huis). O, welke vreugde! Nu erken ik u. Gij zijt leerlingen van den wonderdoener, die mij het gezicht weer gaf. Waaraan heb ik dat verdiend, dat Hij mijn huis in Jeruzalem boven anderen uitkiest? Komt, goede vrienden, ik zal u de zaal wijzen.

VIJFDE TAFEREEL.

Het J-leilig Avondmaal.

Koorzanger (recitatief).

Vóór de Goddelijke Vriend zijn lijdensweg begon, gaf Hij zich zelf als spijs der zielen op hun pelgrimstocht hier op aarde. Gereed om zich zelf te offeren, stelt Hij hier een offerande in, die tot het eind der eeuwen aan de geredde menschheid Zijne liefde verkondigen zal. In den woestijn voedde God op wonderdadige wijze Israöls kinderen, met het manna, dat uit den hemel viel en verheugde hen met de druiventrossen uit Canaan. Maar een beter maal, waarlijk hemelsch brood biedt ons Jezus aan. Uit het geheim van Zijn lichaam en bloed vloeien voor ons genade en zaligheid.

Voorzanger.

Nu nadert het uur, dat alles zal worden vervuld wat God door zijne profeten heeft laten verkondigen.

Sluiten