Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Petrus. Heer, waar gaat Gij heen?

Jezus. Waar ik heenga, kunt gij mij niet volgen.

Petrus. Waarom kan ik U niet volgen, ik geef voor U mijn leven.

Jezus. Gij wilt uw leven voor mij geven Simon! Satan heeft u willen hebben, dat hij u als meel kon ziften, maar ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou vallen. Daarom, wanneer gij eenmaal bekeerd zult zijn, versterk dan uwe broederen.

In dezen nacht zult gij u allen aan mij ergeren, want er staat geschreven: »Ik zal den Herder verslaan, en de schapen des Heeren zullen verstrooid worden.«

Petrus. Als ook allen zich aan U zouden ergeren, ik zou het niet doen. Heer, ik ben bereid met U den kerker en den dood in te gaan.

Jezus. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u Petrus, nog heden, in dezen nacht, nog vóór de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij mij driemaal verloochend hebben.

Petrus. Al moest ik sterven Heer, ik zou U niet verloochenen.

Allen. Meester, ook wij blijven U getrouw. Niemand onzer zal U verloochenen.

jezus. Heeft u ooit iets ontbroken, als ik u zonder beurs of tasch uitzond?

Allen. Neen, niets!

Jezus. Nu echter neme ieder zijn beurs of tasch. En die geen zwaard heeft, die verkoopt zijn rok en koopt er een, want nu begint de tijd der beproeving en Ik zeg u, er moet aan mij vervuld worden, wat geschreven staat: »Hij is onder de overtreders gerekend geworden."

Petrus en Philippus. Heer, ziedaar twee zwaarden.

Jezus. Genoeg. — Laat ons opstaan en het dankgebed uitspreken.

Sluiten