Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allen te zamen. Looft den Heer, alle volken, looft Hem. Want Zijne barmhartige goedheid is eeuwig; de waarheid des Heeren duurt in eeuwigheid.

Jezus gaat eenige stappen vooruit, de leerlingen blijven achter staan, bedroefd naar Hem ziende. Jezus met de oogen een hemel gericht, schijnt kracht in het gebed te zoeken. Daarna keert hij zich tot zijne leerlingen en zegt:

Jezus. Kinderen, waarom zijt gij zoo treurig en ziet mij zoo bedroefd aan. Laat uw hart niet verontrust zijn. Gij gelooft in God, gelooft ook in mij. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen en ik gaan heen, om er een voor u te bereiden en dan zal ik komen, om u bij mij te nemen, opdat ook gij zijt, waar ik ben. Ik laat u niet als weezen alleen. Ik laat u den vrede achter. Mijn vrede geef ik u, niet zooals de wereld dien geeft, geef ik ze u. Houdt mijne geboden. Dat is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, zooals ik u lief heb. Daaraan zullen allen zien, dat gij mijne leerlingen zijt, wanneer gij elkander liefhebt. Nu zal ik niet veel meer met u spreken, want de vorst dezer wereld komt nader, ofschoon hij niets in mij vinden kan. Maar opdat de wereld erkennen zou, dat ik den Vader liefheb en doe zooals de Vader mij bevolen heeft, zoo laat ons van hier gaan.

ZESDE TAFEREEL.

De Verrader.

Koorzanger (recitatief).

Ach, de valsche vriend heeft zich nu bij de vijanden gaan voegen. Eenige zilverlingen verdrijven uit het hart van den dwaze elk spoor van liefde en trouw.

Sluiten