Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Judas. Zij moeten fakkels en lantaarns medenemen en ik zal ze een teeken geven. En nu ga ik vooruit, om alles voor te bereiden en daarna kom ik de gewapende macht afhalen.

Dathau. Ik ga met u Judas en blijf bij u tot het werk volbracht is.

Judas. Bij den toren van Bethphage zal ik u wachten.

Hij vertrekt met Dathan en de uit den Raad gekozenen.

Caïphas. Alles gaat voortreffelijk, eerwaarde vaders. Nu komt het er echter op aan, de hoofdvraag goed in de oogen te zien. Wat zullen wij met den man doen, als God hem in onze handen zal hebben gegeven.

Sadok. Men werpe hem in den diepsten en donkersten kerker, goed bewaakt, worde hij daar levend begraven.

Caïphas. Wie van u blijft er borg voor, dat zijn vrienden geen oproer verwekken en hem bevrijden zullen, of dat de wakers ter eeniger tijd zullen worden omgekocht? Of zou hij door zijne verfoeilijke tooverkunst zijne boeien niet kunnen laten springen. (Allen zwijgen.) Ik zie wel (zoo gaat Caïphas voort) dat gij geen uitweg weet. Hoort dan naar uw hoogepriester. Het is beter dat één mensch sterft, dan dat een heel volk ten gronde gaat. Hij moetsterven! Zoo lang hij niet dood is, zal er geen vrede zijn in Israël. Er zal geen zekerheid bestaan voor de uitvoering van Mozes' wetten, geen rustig uur zal er voor ons zijn.

Ren Rabbi. God heeft door den mond van zijn hoogepriester gesproken. Alleen door den dood van den Galileër kan en moet het volk Israël gered worden.

Nathanaël. Dat woord lag ook mij op de tong. Nu is het uitgesproken. Hij sterve, de vijand onzer vaderen.

Sluiten