Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vele stemmen. Ja hij sterve! In zijn dood ligt ons geluk.

Annas. Ik zweer bij mijne grijze haren, dat ik niet zal rusten, voor onze schande uitgewischt zal zijn, door het bloed van dezen verleider.

Nicodemus. Vaders, is het mij toegestaan een woord te spreken ?

Allen. Ja, spreek.

Nicodemus. Alzoo is over dezen man het vonnis reeds uitgesproken, voordat er een onderzoek of een getuigenverhoor heeft plaats gehad. Is dat eene handeling den Hoogen Raad waardig?

Nathanaël. Wilt gij den Hoogen Raad van onrechtvaardigheid beschuldigen?

Sadok. Kent gij de heilige wet? Vergelijk dan.

Nicodemus. Ik ken de heilige wet, daarom weet ik ook, dat de rechter geen vonnis vellen mag, zonder getuigen te hebben gehoord.

Jozua. Wat, hebben wij hier nog getuigen noodig? Wij zijn zelf dikwijls genoeg getuigen geweest van zijn leer en van zijne daden, waardoor hij onze wetten schond en beleedigde.

Nicodemus. Gij zijt alles te gelijk. Aanklagers, getuigen en rechters. Ik heb zijn verheven leer gehoord, ik heb zijne machtige daden gezien. Zij verdienen geloof en bewondering en geen verachting en straf.

Caïphas. Wat, verdient deze booswicht nog bewondering! Gij wilt Mozes aanhangen en toch nog verdedigen wat onze wet veroordeelt. Vaders van Israël! Die goddelooze woorden roepen om wraak!

De priesters. Weg met hem uit deze vergadering.

Joseph van Arimathea. Ik stem in met wat Nicodemus heeft gezegd. Men kan Jezus niets verwijten, dat des doods schuldig zoude zijn. Hij heeft niets dan goed gedaan.

Caïphas. Ook gij spreekt zoo! Is het niet overal bekend, dat hij den Sabbath schendt? Hoe hij het volk

Sluiten