Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

Jezus tot zijne drie leerlingen. O, lieve kinderen! Mijn ziel is bedroefd tot den dood toe. Blijft hier en wacht hier. Ik wil mij een oogenblik met den Vader bezig houden om mij te versterken. (Jezus beklimt langzaam een gedeelte van den berg.)

Petrus hem naziende. O lieve, goede Meester!

Joannes. Mijn ziel lijdt met de ziel des Meesters.

Petrus. Het is mij zoo bang om het harte. Wij hebben Zijne verheerlijking op den berg gezien, maar wat zullen wij nu moeten zien. (De drie leerlingen gaan op den grond zitten te rusten.)

Jezus (knielende). Zoo zal dan het uur der duisternis over mij komen. Maar daartoe kwam ik in de wereld. Vader, mijn vader, als het mogelijk is en bij U is alles mogelijk, laat dan den kelk voorbijgaan. (Jezus valt op zijn aangezicht ter aarde. Na een oogenblik zich weder oprichtende vervolgt Hij:) Doch Vader, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. (Jezus staat op, ziet ten hemel en gaat dan naar zijn drie leerlingen).

Jezus. Simon!

Petrus (als in een droom). Ach mijn meester!

Jesus. Simon, gij slaapt.

Petrus. Heer hier ben ik.

Jezus. Kunt gij niet een oogenblik met mij waken?

Petrus. Meester, vergeef mij.

De leerlingen. De slaap, Meester heeft ons overvallen.

Jezus. O, waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring valt.

De leerlingen. Ja Heer, wij zullen waken en bidden.

jezus. De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.

Hij gaat weder den berg op, knielt en bidt.

Jezus. Mijn Vader! De taak is rechtvaardig, Uwe besluiten zijn heilig, gij eischt dit offer. Vader, de strijd is heet. Als deze kelk niet van mij voorbij kan gaan, zonder dat ik dien drink, dat dan Uw wil geschiede!

Sluiten