Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Petrus. Hoe zou het onzen goeden Meester gaan? O,

Joannes ik ben zoo angstig om Hem.

Joaunes. Hij zal zeker spot en mishandelingen moeten ondergaan, ik ben bang om dat huis te naderen. Petrus. Het is hier echter alles zoo stil.

joannes. Het is zoo stil in het paleis, zouden ze hem weer weggevoerd hebben?

Er komt een priester buiten het paleis die hen aanspreekt en zegt:

Een priester. Wat doet gij hier in den nacht bij dit paleis? Joannes. Wij zagen door de Kindronpoort eene menigte volks naar dit paleis gaan, wij gingen ze na, om te zien, wat hier gaande was.

De priester. Men heeft hier een gevangene gebracht,

hij is echter nu naar Caïphas gezonden.

joannes. Naar Caïphas! Dan gaan wij heen.

De priester. Dat is u ook aan te raden, anders laat ik

u nog als rustverstoorders gevangen nemen. Petrus. Wij zullen stil heengaan. (Zij gaan weg.) De priester (terwijl hij hen naziet). Misschien zijn het wel leerlingen van den Galileër. Als ik het zeker wist? Maar ze zullen onze mannen wel in de handen vallen als zij naar het paleis van Caïphas gaan. De geheele aanhang moet verdelgd worden, zonder dat, kan het volk niet tot gehoorzaamheid worden gebracht. (Hij gaat binnen).

NEGENDE TAFEREEL.

Jezus i/oor Caïphas.

Voorzanger.

De Heer staat voor zijn verbitterde vijanden, niet voor zijne rechters, geduldig en zwijgend luisterende

Sluiten