Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caïphas. Voer hem nader, dat ik hem in het gelaat kan zien.

Selplia. Treed nader en eer hier het huis van den Hoogen Raad.

Caïphas. Gij zijt dus degene, die voornemens waart om onze Synagoge en de wet van Mozes omver te werpen. Gij wordt aangeklaagd, dat gij het volk tot ongehoorzaamheid aanspoort, dat gij de heilige leer onzer vaderen veracht, dat gij het Goddelijk gebod van de Sabbatsheiliging dikwijls geschonden hebt, dat gij vele godslasterende handelingen gepleegd hebt. Hier staan eerwaardige mannen, die bereid zijn, de waarheid dezer aanklachten te bevestigen. Hoor hen aan en daarna kunt gij u verdedigen, zoo gij wilt.

I« Getuige. Ik kan voor God getuigen, dat deze mensch het land afgereisd heeft en daarbij dikwijls de leden van den Hoogen Raad en schriftgeleerden, huichelaars, brieschende wolven in scliaapskleeren, blinde leidslieden der blinden genoemd heeft en er op aangedrongen heeft, dat men u niet moest gehoorzamen.

2" Getuige. Ook ik kan dat getuigen en er nog bijvoegen dat hij het volk verboden heeft den keizer schatting te betalen.

I<- Getuige. Ja hij heeft daarover ten minste heel dubbelzinnig gesproken.

Caïphas. Wat antwoordt gij daarop? Gij zwijgt!

3* Getuige. Ik heb dikwijls gezien hoe hij met zijne leerlingen, in strijd met onze wetten, met ongewasschen handen aan tafel ging, hoe hij met tollenaars en zondaars vriendschappelijk omging en zelfs in hunne huizen trad, om met hen te eten. Ik heb van geloofwaardige personen gehoord, dat hij zelfs met Samantaansche vrouwen gesproken heeft, ja zelfs dagen lang bij haar gewoond heeft.

5

Sluiten