Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teling sta ik hier, niet waardig meer uw leerling genoemd te worden! Verachtelijk voor God en voor mij zeiven. O, Heer! O beste Heer! Hebt Gij voor mij nog genade, genade voor een' trouwelooze? O, geef mij genade! Ik vloek die verloochening! Mijn hart zal er eeuwig over treuren. Lieve, lieve Meester! Hoort voor dezen keer nog het smeeken van mijn rouwmoedig hart. Nooit zal ik U meer verlaten. Nooit! — Ach Heer! Kunt Gij mij nog vergeven! Allerbeste Meester, ik ken U, Gij zult mijn bitter berouw niet versmaden. De medelijdende, zachte oogslag waarmede Gij den diep gezonken leerling aanzaagt, verzekert het mij. Gij zult mij vergevenEn van nu af aan, beste Meester, zal mijn hart alleen aan U behooren. Niets, neen niets zal meer in staat zijn, mij van U af te te trekken. Heer! ach Heer! Vergeef mij!

Petrus gaat langzaam heen, terwijl Joannes van de andere zijde aankomt en zegt:

Joannes. Waar mag Petrus gebleven zijn. Te vergeefs zie ik naar hem uit. Ik zal naar Bethania gaan, misschien tref ik hem onderweg. Maar liefste Moeder des Heeren, wat zal uw hart getroffen zijn, als ik u die schrikkelijke dingen meedeel. Judas! Judas! Welke verfoeilijke daad hebt gij gedaan.

Joannes verwijdert zich. De soldaten met Jezus in hun midden, spreken Jezus als volgt om beurten, spottend aan.

Groote koning is deze troon niet te slecht voor u. Zijt gegroet, nieuwgeboren koning! Maar gaat vaster zitten, je mocht er eens afvallen.

Ze drukken Jezus neer.

Gij zijt ook een profeet. Groote Elias!

Hij slaat Jezus.

Sluiten