Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeg eens, wie heeft u geslagen? Ben ik het geweest ?

Een ander slaat daarop Jezus.

Versta je niet.

Hij schudt Jezus geweldig met de schouders.

Slaap je! Hij is doof en stom. Een mooie profeet.

Hij dringt hem van den stoel af, zoodat Jezus valt.

O wee, O wee! Onze koning is van zijn' troon gevallen. Wat nu aan te vangen. Wij hebben geen koning meer. Gij zijt te beklagen, gij groote wonderman! Komt laten wij hem weer op den troon plaatsen.

Zij helpen hem op.

Verhef u, machtige koning! Ontvang op nieuw onze huldiging.

Een bode van Caïphas komt en zegt:

Bode. Wel hoe staat het met den nieuwen koning. Een soldaat. Hij spreekt niet, hij voorspelt niet, wij

kunnen niets met hem aanvangen.

Bode. De Hoogepriester en Pilatus zullen hem wel spreken leeren. Caïphas zendt mij om hem voor te brengen.

Selpha. Op kameraden, voort met hem. Uw rijk, koning loopt ten einde. (Allen vertrekken).

Voorzanger (recitatief).

Waarom loopt Judas zoo verward alleen? Zijn geweten kwelt hem. De misdaad drukt zwaar op zijn ziel. Beween, Judas, de door u bedreven zonde. O wasch haar uit door bittere tranen van berouw. Nog staat de poort der genade voor u open. Werp u vol berouw neder. Helaas geen straal van hoop komt in dat donkere hart. Met Kaïn, den broedermoordenaar roept hij uit:

Sluiten