Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Judas. Gij wilt Hem ter dood brengen, die vrij is van elke schuld ? Daar kom ik tegen op. Gij hebt mij tot een verrader gemaakt met uwe vervloekte zilveringen.

Annas. Gij hebt u zelf aangeboden en den koop gesloten.

Een priester. Bezin u Judas, gij hebt ontvangen, wat gij gevraagd hebt. En wanneer gij tevreden zijt, dan zult gij nog meer

Judas. Ik wil niets meer. Ik verbreek de schandelijke overeenkomst. Laat den onschuldige los!

Een Rabbi. Scheer je weg, waanzinnige, weg' van hier!

Judas. Ik eisch de onschuld terug. Mijn handen moeten met zijn bloed niet besmet worden.

Rabbi. Wat gij verachtelijke verrader, wilt gij den Hoogen Raad de wet voorschrijven? Ik zeg u, uw meester moet sterven en gij hebt hem aan den dood overgeleverd.

Allen. Hij moet sterven!

Judas (vol wanhoop). Sterven! En ik ben de verrader! Mogen dan ioooo duivelen uit de hel mij in stukken scheuren. Hier bloedhonden, neemt je bloedgeld terug (Hij rverpt den geldbuidel weg). Mijn ziel is vervloekt en gij allen zult ook ter helle varen. (En Judas snelt weg en de ongelukkige maakt een einde aan zijn leven)

Caïphas (ontsteld). Wat een afschuwelijke man!

Annas. Ik had er een voorgevoel van.

Een priester. Het is toch zijn eigen schuld.

Caïphas. Hij heeft zijn vriend verraden. Wij daarentegen vervolgen onzen vijand. Ik blijf bij mijn besluit en als iemand hier er anders over denkt, dat hij dan nu spreke.

Allen. Neen! Wat besloten is, moet volvoerd worden.

Caïphas. Wat doen wij nu met dat geld? Als bloedgeld mag het niet meer in de tempelkas gelegd worden.

Sluiten