Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caïphas. Als hij niet een groot boosdoener was, zouden wij hem niet voor u brengen, dan zouden wij hem gestraft hebben naar de voorschriften van onze wet.

Pilatus. Aan welke euveldaden heeft hij zich dan schuldig gemaakt?

Caïphas. Hij heeft verschillende keeren zwaar gezondigd tegen de heilige wet van Israël.

Pilatus. Welnu straft hem dan volgens uwe wetten.

Annas. De Hooge Raad heeft hem reeds gevonnisd en de straf des doods over hem uitgesproken

Alle priesters. Want volgens onze wetten heeft hij den dood verdiend.

Caïphas. Daar het ons echter niet toegestaan wordt iemand ter dood te brengen, zoo komen wij bij den stadhouder des keizers om hem te verzoeken, daartoe het bevel te geven.

Pilatus. Hoe kan ik iemand ter dood laten brengen, zonder zijn schuld te kennen en overtuigd te zijn dat hij den dood verdient. Wat heeft hij gedaan ?

Een Rabbi. De Hooge Raad heeft eenstemmig, na grondig onderzoek het vonnis uitgesproken. Het schijnt daarom niet noodig, dat onze verheven stadhouder de moeite van een onderzoek en verhoor op nieuw op zich neemt.

Pilatus. Hoe durft ge mij, den vertegenwoordiger van den Keizer te verdenken, dat ik een blind werktuig zou willen zijn om uwe besluiten uit te voeren? Dat zij verre van mij! Ik moet weten welke wet hij heeft overtreden en op welke wijze.

Caïphas. Wij hebben een wet en volgens die wet moet hij sterven, want hij heeft zich uitgegeven voor Gods Zoon.

Annas. Daarom eischen wij, dat hij de doodstraf ondergaat, die door de wet voor dat misdrijf bepaald is.

Sluiten