Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pilatus. Om zulk eene reden, die hoogstens de vrucht kan zijn van sterke verbeelding, kan een Romein geen doodstraf laten uitvoeren. Wie weet ook, of deze man niet wezenlijk de Zoon van een of ander God is? Hebt gij niets anders tegen hem in te brengen, gelooft dan niet dat ik aan uw verlangen zal toegeven.

Caïphas. Niet alleen tegen de wetten Israëls, maar ook zelfs tegen den keizer heeft deze man zich vergrepen. Wij hebben bevonden dat hij een oproermaker is en dat hij het volk opstookt.

Allen. Hij is een weerspannige, hij is een oproermaker!

Pilatus. Ik heb wel van een Jezus gehoord, die het land rondging om te prediken en buitengewone daden verrichtte. Maar nooit heb ik vernomen, dat hij tot oproer aanspoorde. Als zoo iets gebeurd ware, dan had ik het eer vernomen dan gij, daar ik tot de handhaving van rust in het land ben aangesteld en van het doen en laten der joden volkomen op de hoogte ben. Zegt mij dus, waar en wanneer heeft hij tot oproer opgewekt?

Nathauaël. Hij verzamelde duizenden menschen om zich. Kort geleden heeft hij door eene groote menigte omringd zijn feestelijke intocht binnen Jeruzalem gehouden.

Pilatus. Dat weet ik, maar daarbij is niets oproerigs voorgevallen.

Caïphas. Is dat niet oproerig, als hij het volk verbiedt den keizer schatting te betalen?

Pilatus. Waar is het bewijs, dat gij de waarheid spreekt ?

Caïphas. Is dat geen bewijs genoeg, dat hij zich uitgeeft voor den Messias, den koning der joden! Is dat geen aansporen om van den keizer af te vallen ?

6

Sluiten