Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caïphas. Pilatus zendt hem naar u, omdat het een Galileër is, dus een uwer onderdanen.

Herodes. Komt die man uit mijn land? Hoe heet hij?

Priesters. Jezus van Nazareth.

Caïphas. Daarom zeide Pilatus, laat de koning' van (Talilea zelf zijn eigen onderdanen oordeelen.

Herodes. Zei Pilatus dat ? Zonderling, (en tot zijne hovelingen) Pilatus zendt hem tot mij, hij laat mij zelfs in zijn gebied recht spreken.

Eeu hoveling. Het schijnt dat hij weer bevriend met u worden wil.

Herodes. Dat zal dan als een bewijs van vriendschap moeten gelden. (Hij richt zich tot Jezus en zegt:) Zeer veel heb ik over u hooren spreken. Ik heb verlangd den man te zien, die in het land zulke ontroering verwekt.

Een rabbi. Hij is een bedrieger, een vijand van onze heilige wetten.

Herodes. Ik heb gehoord, dat gij de geheimste gedachten der menschen doorziet en dat gij daden verricht, die de grenzen van het natuurlijke overschrijden. Laat ons een bewijs zien, een proeve uwer wetenschap en van uwe hooge macht. Wij zullen u dan eeren zooals het volk en in u gelooven.

Sadok, een der priesters (angstig). O, koning! Laat hij U niet bedriegen. Hij staat met Beëlzebub in verstandhouding.

Herodes. Dat is mij om het even. Luistert Jezus: Ik heb den verloopen nacht een zonderlingen droom gehad. Kunt ge mij zeggen wat ik gedroomd heb, dan zal ik u als een eersten gedachtenlezer prijzen, i^fezus zzvtjgt.)

Dat kunt gij dus niet. Misschien echter kunt gij mijn droom uitleggen, als ik u die verhaal. Ik droomde: »Ik stond op den tinne van mijn

Sluiten