Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier, den Godmensch, de vriend onzer zielen, zulke vreeselijke pijnen zien lijden. Helaas het zijn onze zonden, die zijn liefhebbend hart dus gewond hebben.

Solo.

Nog hebben zij niet uitgewoed. Nog is de dorst der woede en wraak niet gelescht. De schaar van duivelen moet doodsdranken drinken.

Het Koor.

Kan dan niets uwe harten vermurwen? Zelfs niet een lichaam door geeselslagen doorploegd, met tallooze wonden overdekt? Is er dan niets dat uw medelijden kan opwekken?

Zeventiende Beeld.

De bebloede rok van Jozef wordt aan Jacob getoond. De droefheid van Jacob wordt op voortreffelijke wijze voorgesteld.

Koorzanger (recitatief).

O welk schandelijk tooneel. Ziet de rok van Jozef met bloed besprenkeld en op Jacobs wangen vloeien de smartelijkste tranen. Waar is mijn Jozef, mijn lieveling, op wien ik de hoop mijns ouderdoms grondde? Ach God, er kleeft bloed van het kind, aan zijn kleed. Een wild dier heeft hem verscheurd. Geen troost kan mijn leed verzachten, zoo jammert en klaagt hij, maar Jozef is niet meer. Zoo werd ook het lichaam van Jezus door geeselslagen verscheurd, zoo zal zijn kostbaar bloed met stroomen uit zijn wonden vloeien.

Achttiende Beeld.

De offerande van Abraham. Deze is op het punt het hoofd van zijn zoon Isaak af te slaan, toen hij door een engel wordt tegen gehouden. Isaak is de voorafbeelding van den stervenden Messias Isaak, de zoon zoo lang afgebeden, de eenige zoon van Abraham en Sara, draagt zelf het hout voor het offer bestemd, den berg Morea op. Jezus evenzoo, de Zoon van zooveel verzuchtingen en

Sluiten